ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5790
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid bestuursrechter bij beroep tegen weigering belastingvermindering voor recreatiewoningen
Eisers, eigenaren van recreatiewoningen op Ameland, verzochten om belastingvermindering volgens art. 229d lid 1 Gemeentewet (de Zalm-snip) voor de jaren 1998 en 1999. Verweerder, de ambtenaar belast met gemeentelijke belastingen, wees deze verzoeken af. Eisers maakten geen bezwaar tegen de aanslagen, maar richtten zich direct tot de ambtenaar met het verzoek om vermindering.
De rechtbank onderzocht haar bevoegdheid om kennis te nemen van de beroepen tegen deze weigeringen. Volgens art. 8:6 lid 1 Awb Pro kan geen beroep worden ingesteld bij een bestuursrechter als een andere administratieve rechter bevoegd is. De belastingkamer van het gerechtshof is als administratieve rechter bevoegd voor belastingzaken. Daarom is de rechtbank onbevoegd.
Indien art. 8:6 lid 1 Awb Pro niet van toepassing zou zijn, zou de rechtbank zich op grond van art. 8:4 Awb Pro alsnog onbevoegd verklaren omdat het besluit is genomen op grond van een wettelijk belastingvoorschrift. Dit leidt tot een negatief competentieconflict, dat de Hoge Raad moet beslechten.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad en andere bestuursrechters dat tegen een beslissing op bezwaar beroep kan worden ingesteld, ook als het primaire besluit geen bezwaar vatbare beschikking is. De beoordeling van het beroep is dan beperkt tot ontvankelijkheid van het bezwaar. De rechtbank verklaart zich onbevoegd en zal de stukken aan de Hoge Raad voorleggen zodra de uitspraak onherroepelijk is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de beroepen en legt het competentiegeschil voor aan de Hoge Raad.