ECLI:NL:RBLEE:2001:AD5477

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
4 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01/799 BESLU
Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbArt. 3a Wet COAVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsvraag bestuursrechter inzake beëindiging verstrekkingen asielzoekers

Verzoeker, een asielzoeker, werd door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) geïnformeerd over de beëindiging van verstrekkingen op grond van de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers en andere Vreemdelingen 1997. Verzoeker diende hiertegen bezwaar in en vroeg de president van de rechtbank Leeuwarden om een voorlopige voorziening.

De president moest allereerst beoordelen of hij bevoegd was om over dit verzoek te beslissen. Hierbij werden recente uitspraken van andere rechtbanken betrokken, waarbij de rechtbank Maastricht de bestuursrechter bevoegd achtte, maar de vreemdelingenkamer van de rechtbank 's Gravenhage (Groningen) dit betwistte.

De president van de rechtbank Leeuwarden volgde het oordeel van de vreemdelingenkamer in Groningen, stellende dat op grond van art. 3a Wet COA en de Vreemdelingenwet 2000 de vreemdelingenkamer bevoegd is voor besluiten omtrent verstrekkingen aan asielzoekers.

Daarom verklaarde hij zich onbevoegd en verwees de zaak door naar de vreemdelingenkamer van de rechtbank 's Gravenhage, zittingsplaats Groningen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Leeuwarden verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar de vreemdelingenkamer van de rechtbank 's Gravenhage.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
Uitspraak ex artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: 01/799 BESLU
Inzake het geding tussen
[verzoeker], verblijfende te [plaats], verzoeker,
gemachtigde: mr. K.J. Meijer, advocaat te St. Annaparochie,
en
het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), verweerder,
gemachtigde: mr. M.J. van der Gaag.
Procesverloop
Bij brief van 24 augustus 2001 heeft verweerder verzoeker in kennis gesteld van zijn besluit betreffende de beëindiging van verstrekkingen op grond van de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers en andere Vreemdelingen 1997 (RVA 1997).
Namens verzoeker is tegen dit besluit op 7 september 2001 bij verweerder een bezwaarschrift ingediend. Tevens heeft verzoekers gemachtigde zich bij brief van 7 september 2001 tot de president van de rechtbank te Leeuwarden gewend met het verzoek om ingevolge het bepaalde in art. 8:81 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft de op het verzoek betrekking hebbende stukken ingezonden.
Bij brief van 28 september 2001 is aan partijen medegedeeld dat in deze zaak nog intern beraad zal plaatsvinden omtrent de relatieve bevoegdheid van de sector bestuursrecht van de rechtbank te Leeuwarden.
Met toepassing van het bepaalde in art. 8:83 Awb Pro wordt uitspraak gedaan op dit verzoek zonder een behandeling ter zitting.
Motivering
De president dient als eerste te beslissen omtrent zijn bevoegdheid op het onderhavige verzoek te beslissen. De president wijst op recente uitspraken van de president van de rechtbank 's Gravenhage, zittingsplaats Groningen (uitspraak van 2 augustus 2001,url(' reg. nr. 01/30221',http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/show_detail.asp?ui_id=28236)) en van de president van de rechtbank Maastricht, sector bestuursrecht (uitspraak van 15 augustus 2001,url(' reg.nr. 01/972',http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/show_detail.asp?ui_id=27717)). Beide uitspraken zijn in kopie bijgevoegd.
De president van de rechtbank Maastricht is in genoemde uitspraak tot de conclusie gekomen dat de bestuursrechter bevoegd geacht moet worden.
De president volgt echter de president van de vreemdelingenkamer van de rechtbank s' Gravenhage, zittingsplaats Groningen. In de uitspraak van 2 augustus 2001 is naar het oordeel van de president met juistheid overwogen dat uit art. 3a van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) blijkt dat met ingang van de inwerkingtreding van de Invoeringswet Vreemdelingenwet 2000 op 1 april 2001 een besluit in het kader van het onthouden dan wel de beëindiging van verstrekkingen bij of krachtens de wet COA, wordt behandeld op voet van de afdelingen 1, 3 en 4 van hoofdstuk 7 van de Vreemdelingenwet 2000, zodat de vreemdelingenkamer van de rechtbank bevoegd is.
Gelet op het bovenstaande komt de president tot de conclusie dat hij onbevoegd is van het verzoek kennis te nemen.
Het verzoek zal doorgezonden worden aan de president van de rechtbank 's Gravenhage, zittingsplaats Groningen, vreemdelingenkamer.
Beslissing
De president van de rechtbank:
- verklaart zich onbevoegd van het verzoek kennis te nemen.
Aldus gegeven door mr. D.J. Keur, fungerend president, en door hem in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2001, in tegenwoordigheid van mr. P.R.M. Poiesz als griffier.
w.g. P.R.M. Poiesz
w.g. D.J. Keur
Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.
Schriftelijke uitspraak verzonden op: 8 oktober 2001