ECLI:NL:RBLEE:2001:AD5477
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsvraag bestuursrechter inzake beëindiging verstrekkingen asielzoekers
Verzoeker, een asielzoeker, werd door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) geïnformeerd over de beëindiging van verstrekkingen op grond van de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers en andere Vreemdelingen 1997. Verzoeker diende hiertegen bezwaar in en vroeg de president van de rechtbank Leeuwarden om een voorlopige voorziening.
De president moest allereerst beoordelen of hij bevoegd was om over dit verzoek te beslissen. Hierbij werden recente uitspraken van andere rechtbanken betrokken, waarbij de rechtbank Maastricht de bestuursrechter bevoegd achtte, maar de vreemdelingenkamer van de rechtbank 's Gravenhage (Groningen) dit betwistte.
De president van de rechtbank Leeuwarden volgde het oordeel van de vreemdelingenkamer in Groningen, stellende dat op grond van art. 3a Wet COA en de Vreemdelingenwet 2000 de vreemdelingenkamer bevoegd is voor besluiten omtrent verstrekkingen aan asielzoekers.
Daarom verklaarde hij zich onbevoegd en verwees de zaak door naar de vreemdelingenkamer van de rechtbank 's Gravenhage, zittingsplaats Groningen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank Leeuwarden verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar de vreemdelingenkamer van de rechtbank 's Gravenhage.