ECLI:NL:RBLEE:2007:BB6998
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Leeuwarden oordeelt over tegenstrijdig belang bij schuldovername en aansprakelijkheid bestuurder
De zaak betreft een geschil tussen de curator in het faillissement van Vamont B.V. en de voormalige bestuurder en aandeelhouder, hierna [gedaagde]. [gedaagde] had zijn schuld aan Vamont overgedragen aan Braam Leeuwarden Beheer B.V., die de aandelen in Vamont had gekocht. De curator stelt dat sprake was van een tegenstrijdig belang bij deze schuldovername, waardoor de vertegenwoordiging van Vamont niet rechtsgeldig was en de schuld niet op Braam Leeuwarden Beheer is overgegaan.
De rechtbank onderzoekt de toepasselijkheid van artikel 2:256 BW Pro over tegenstrijdig belang en de statutaire bepalingen omtrent vertegenwoordiging. Geconcludeerd wordt dat [gedaagde] als bestuurder met een persoonlijk belang niet op integere wijze het belang van Vamont kon behartigen en dat er geen uitdrukkelijke aanwijzing was van een bijzondere vertegenwoordiger. Hierdoor is de schuldovername niet rechtsgeldig en blijft de vordering op [gedaagde] rusten.
De curator wordt dan ook toegewezen in zijn vordering tot betaling van € 187.313,- vermeerderd met wettelijke rente. De vorderingen van [gedaagde] tot opheffing van beslagen en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de curator worden afgewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
De rechtbank benadrukt dat het niet gaat om het concrete resultaat van de besluitvorming, maar om het moment van afweging waarbij een bestuurder met tegenstrijdig belang zich had moeten onthouden. De zaak illustreert de strikte toepassing van de regels rond tegenstrijdig belang en vertegenwoordiging binnen besloten vennootschappen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 187.313,- met rente en in proceskosten, en wijst zijn vorderingen tot schadevergoeding af.