ECLI:NL:RBLEE:2009:BI3728
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermogensbelasting navorderingsaanslagen en duurzaam gescheiden leven echtgenoten
De zaak betreft navorderingsaanslagen vermogensbelasting over 1995 en 1996 opgelegd aan eiser, die samen met zijn echtgenote in die jaren gehuwd was en niet duurzaam gescheiden leefde. De rechtbank stelt vast dat alleen het feit van afzonderlijk wonen onvoldoende is voor duurzaam gescheiden leven, en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij en zijn echtgenote een volledig gescheiden leven leidden.
De navorderingsaanslagen zijn gebaseerd op het vermogen van de echtgenote bij een buitenlandse bank, dat aan eiser wordt toegerekend op grond van artikel 5 van Pro de Wet op de vermogensbelasting 1964. Eiser heeft niet voldaan aan de inlichtingenverplichtingen en heeft geen gegevens verstrekt over het vermogen van zijn echtgenote, ondanks herhaalde verzoeken.
De rechtbank oordeelt dat de schatting van de navorderingsaanslagen niet onredelijk is en dat de verhogingen wegens grove schuld deels terecht zijn opgelegd, maar vermindert deze boetes tot 25% vanwege onvoldoende bewijs van opzet. Tevens wordt de boete ambtshalve met 10% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraken op bezwaar vernietigd, met aanpassing van de boetes en proceskostenvergoeding aan eiser.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen over 1995 en 1996 worden gehandhaafd met vermindering van boetes wegens onvoldoende bewijs van opzet en overschrijding redelijke termijn.