ECLI:NL:RBLEE:2009:BK5772
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Dorpshuis niet aangemerkt als algemeen nut beogende instelling voor successierecht
De rechtbank Leeuwarden behandelde het geschil over de vraag of de stichting die een dorpshuis exploiteert, kan worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (ANBI) in de zin van artikel 24, vierde lid, van de Successiewet 1956. De stichting stelde dat haar statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden, waaronder het ter beschikking stellen van zaalruimtes en het organiseren van activiteiten door vrijwilligers, haar kwalificeerden als ANBI, waardoor een verlaagd successietarief van 8% zou gelden.
De Belastingdienst had dit verzoek afgewezen omdat de activiteiten voornamelijk bestonden uit exploitatie van het dorpshuis en verhuur van ruimten, wat volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad geen rechtstreeks algemeen belang dient. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de stichting vooral het belang van verenigingen en organisaties diende, niet het algemene belang. Hoewel de stichting een verbindende sociale functie vervult, was dit onvoldoende voor de ANBI-status.
Echter, de rechtbank achtte het vertrouwensbeginsel van toepassing omdat de Belastingdienst Noord/kantoor Emmen de stichting eerder wel als ANBI had erkend voor de teruggaaf van energiebelasting. Omdat dezelfde inspecteur bevoegd was voor beide belastingzaken en het om hetzelfde feitencomplex ging, mocht de stichting erop vertrouwen dat deze erkenning ook voor de successierechten zou gelden. De rechtbank vernietigde daarom de aanslag en stelde het tarief op 8% vast.
De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en gaf partijen de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: De aanslag successierecht wordt verminderd tot een tarief van 8% op grond van het vertrouwensbeginsel.