ECLI:NL:RBLEE:2010:BO2648
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing navorderingsaanslagen provisie-inkomsten tussenpersoon piramidefraude
Belanghebbende, een zelfstandig hypotheekadviseur, en haar echtgenoot werden door de inspecteur belast met niet aangegeven provisie-inkomsten uit werkzaamheden als tussenpersoon in een piramidefraude van [X], die veroordeeld is voor grootschalige oplichting. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op over de jaren 2003 en 2004, welke belanghebbende betwistte.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende daadwerkelijk provisie-inkomsten heeft genoten die niet zijn aangegeven, mede gelet op verklaringen van de hoofdverdachte en een medeverdachte, en het gebruik van strofiguren om de inkomsten te maskeren. De door belanghebbende overgelegde overzichten en verklaringen worden niet geloofd vanwege gebrek aan bewijs en inconsistenties.
De inspecteur heeft de navorderingsaanslagen op redelijke wijze vastgesteld op basis van beschikbare gegevens. Voor het jaar 2004 is sprake van kwade trouw, omdat belanghebbende bewust onjuiste aangiften heeft gedaan en de inspecteur reeds beschikte over gegevens die navordering rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen worden bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen wordt ongegrond verklaard wegens kwade trouw en bevestiging van de redelijke schatting.