ECLI:NL:RBLEE:2011:BR1688
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid bestuurder jegens aandeelhouder op grond van artikel 2:9 BW
Swisch Holding en [gedaagde] waren beide aandeelhouder en bestuurder van F&V Shipping B.V., een vennootschap die een binnenvaartschip exploiteerde. Door technische problemen en conflicten tussen de bestuurders kwam de exploitatie stil te liggen, met financiële problemen tot gevolg. Swisch Holding stelde dat [gedaagde] zijn bestuurstaken onbehoorlijk had vervuld en eiste schadevergoeding op grond van artikel 2:9 BW Pro.
De rechtbank stelde vast dat artikel 2:9 BW Pro uitsluitend de interne aansprakelijkheid van bestuurders jegens de vennootschap regelt en niet de aansprakelijkheid jegens individuele aandeelhouders. Swisch Holding had haar vordering tijdens de procedure beperkt tot deze wettelijke grondslag en kon daarom niet succesvol een individuele aansprakelijkheid claimen.
De rechtbank oordeelde dat een individuele aandeelhouder een bestuurder alleen op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW Pro) aansprakelijk kan stellen, maar dat Swisch Holding deze grondslag niet had ingeroepen. De vordering werd daarom afgewezen. Swisch Holding werd veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt de scheiding tussen interne aansprakelijkheid van bestuurders jegens de vennootschap en externe aansprakelijkheid jegens aandeelhouders, en bevestigt dat artikel 2:9 BW Pro niet als grondslag kan dienen voor individuele aandeelhoudersvorderingen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat artikel 2:9 BW geen aansprakelijkheid van bestuurders jegens individuele aandeelhouders regelt.