ECLI:NL:RBLEE:2011:BR4907
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevel tot terugkeer minderjarige naar Verenigd Koninkrijk na internationale ontvoering
De rechtbank Leeuwarden behandelde een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige die in 2007 zonder toestemming van de vader door de moeder uit Schotland naar Nederland was gebracht. De rechtbank bevestigde dat deze overbrenging ongeoorloofd was volgens het Haagse Verdrag en dat onmiddellijke terugkeer in beginsel moet volgen.
De moeder voerde aan dat de belangen van het kind zich tegen terugkeer verzetten vanwege een sterkere band met haar en een ontwikkelingsachterstand van het kind. De rechtbank oordeelde dat het Haagse Verdrag en het IVRK de teruggeleiding ondersteunen en dat tijdsverloop of ontwikkelingsachterstand geen reden zijn om terugkeer te weigeren. De rechtbank nam tevens kennis van de betrokkenheid van Schotse kinderbeschermingsinstanties.
Gezien de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige in een pleeggezin op een geheim adres, besloot de rechtbank de afgifte voorlopig aan Bureau Jeugdzorg toe te vertrouwen. Bureau Jeugdzorg zal een traject inzetten ter voorbereiding van de terugkeer en het contact tussen vader en kind intensiveren. De moeder werd veroordeeld tot vergoeding van de verblijfskosten van de vader. Het verzoek tot samenwerking tussen betrokken partijen werd slechts deels toegewezen, daar samenwerking tussen centrale autoriteiten reeds verplicht is volgens het verdrag.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de terugkeer van de minderjarige naar het Verenigd Koninkrijk en veroordeelt de moeder tot betaling van verblijfskosten aan de vader.