ECLI:NL:RBLEE:2011:BV0793
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nakoming koopovereenkomst paard wegens onmogelijkheid afgifte
In deze zaak stond centraal of tussen partijen een koopovereenkomst tot stand was gekomen voor de verkoop van een Friese hengst en of nakoming daarvan kon worden geëist. De koper stelde dat er een mondelinge definitieve overeenkomst was, terwijl de verkoper betwistte dat alle essentialia waren overeengekomen en verwees naar het ontbreken van een schriftelijk contract.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel degelijk wilsovereenstemming was bereikt over de essentialia, waaronder de koopprijs en de voorwaarde van een klinische en röntgenologische keuring. De koopovereenkomst was dus rechtsgeldig tot stand gekomen, ook zonder schriftelijke vastlegging.
Echter, de verkoper had het paard verkocht aan een derde en kon het niet meer leveren aan de koper. Hierdoor was nakoming feitelijk onmogelijk geworden. De rechtbank oordeelde dat dit wanprestatie opleverde, maar dat nakoming niet kon worden afgedwongen. De koper had recht op schadevergoeding. De vordering tot voortzetting van onderhandelingen werd afgewezen.
In reconventie vorderde de verkoper staking van lasterpraktijken en een publicatieverbod. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor onrechtmatig handelen van de koper en wees deze vorderingen af. Ook een verbod op het benaderen van relaties en een omgevingsverbod werden afgewezen. De proceskosten werden aan beide zijden toegewezen.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de koopovereenkomst wordt afgewezen wegens onmogelijkheid tot afgifte; wanprestatie lost zich op in schadevergoeding; vorderingen tot staking lasterpraktijken worden eveneens afgewezen.