ECLI:NL:RBLEE:2012:BW8115
Rechtbank Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris in schuldsaneringsregeling
Verzoekster [A] heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. [X], rechter-commissaris, die eerder haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk heeft verklaard. [A] stelde dat mr. [X] onpartijdigheid ontbeerde vanwege eerdere negatieve beslissingen en vermeende procesfouten, waaronder onvoldoende communicatie over ontbrekende stukken en het niet correct uitnodigen voor een zitting.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en onderzocht of er feiten of omstandigheden zijn die wijzen op vooringenomenheid van mr. [X]. De kamer concludeerde dat het enkel niet eens zijn met eerdere uitspraken geen grond is voor wraking. Ook waren de proceshandelingen van mr. [X], zoals het horen van een niet-partij en het afwijzen van het moratoriumverzoek, binnen zijn bevoegdheid en niet indicatief voor vooringenomenheid.
De kamer oordeelde dat de vrees van [A] voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd is en dat er geen aanwijzingen zijn dat mr. [X] onpartijdig heeft gehandeld. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Deze uitspraak bevestigt het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Het niet-ontvankelijk verklaren van een verzoek en het afwijzen van een voorlopige voorziening zijn onvoldoende om wraking te rechtvaardigen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.