ECLI:NL:RBLEE:2012:BY0670
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg winstdelingsclausule in notariële akte bij verkoop boerderij binnen vijftien jaar
In deze civiele zaak staat de uitleg van een winstdelingsclausule centraal die is opgenomen in een notariële akte bij de levering van een boerderij. De vraag is of de vrije waarde van de boerderij moet worden bepaald op het moment van de vervreemding in 2010 of op het moment van de verkrijging in 2006. De rechtbank stelt vast dat de clausule een derdenbeding is en dat de rechtsopvolger van de oorspronkelijke koper hieraan gebonden is.
De rechtbank overweegt dat de clausule moet worden uitgelegd op basis van een geobjectiveerde maatstaf, waarbij het uitgangspunt is dat de winst wordt bepaald op het moment van vervreemding. Dit volgt uit de bedoeling van partijen en de context van de overeenkomst. Ook wordt geoordeeld dat het woongedeelte van de boerderij, dat is geschonken, niet zonder nadere bewijsvoering automatisch onder de clausule valt.
Daarnaast verwerpt de rechtbank het beroep van de erfgenaam op wijziging van de overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden (artikel 6:258 BW Pro) en de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW Pro). Het overlijden van de koper wordt wel als onvoorzien beschouwd, maar onvoldoende onderbouwd is dat dit tot een wijziging van de overeenkomst moet leiden. De fiscale claims blijven voor rekening van de erfgenaam. De rechtbank draagt bewijslevering op over het woongedeelte en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de waarde voor de winstdelingsclausule moet worden vastgesteld op het moment van vervreemding en wijst het beroep op wijziging van de overeenkomst af.