ECLI:NL:RBLIM:2013:8065

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 juli 2013
Publicatiedatum
25 oktober 2013
Zaaknummer
2195331 BR VERZ 13-80 en 530597 OV VERZ 13-3686
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 BWArt. 4:193 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanvaarding nalatenschap door onderbewindgestelde bewindvoerder onder voorrecht van boedelbeschrijving

De zaak betreft een verzoek van een bewindvoerder die namens een onderbewindgestelde de nalatenschap van diens overleden vader wil aanvaarden. Hoewel een notaris eerder een verklaring van erfrecht had opgemaakt waarin de rechthebbende de nalatenschap zuiver had aanvaard, stelt de bewindvoerder dat op grond van artikel 1:441 lid 5 BW Pro de aanvaarding door de bewindvoerder alleen beneficiair kan geschieden, tenzij met toestemming van de rechthebbende.

De kantonrechter oordeelt dat deze lex specialis uit artikel 1:441 lid 5 BW Pro voorrang heeft op artikel 4:193 BW Pro, waardoor de bewindvoerder de nalatenschap uitsluitend onder het voorrecht van boedelbeschrijving kan aanvaarden. De verklaring van erfrecht heeft weliswaar dwingende bewijskracht voor de feiten, maar niet voor de juridische gevolgtrekkingen zoals de zuivere aanvaarding.

Daarnaast verleent de kantonrechter de bewindvoerder machtiging om maximaal zes uur voor niet reguliere werkzaamheden, namelijk de afwikkeling van de nalatenschap, bij de rechthebbende in rekening te brengen. Het verzoek tot meer uren wordt afgewezen.

De beschikking wordt in het boedelregister ingeschreven en kan alleen via hoger beroep met tussenkomst van een advocaat worden aangevochten.

Uitkomst: De bewindvoerder wordt geacht de nalatenschap beneficiair te hebben aanvaard en krijgt machtiging voor maximaal 6 uur vergoeding van werkzaamheden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Toezicht
Zaaknrs: 2195331 BR VERZ 13-80 en 530597 OV VERZ 13-3686
BMnr.: 25325
Typ: JG

Beschikking van 24 juli 2013

op een verzoekschrift van:

[verzoeker]

kantoorhoudend te [adres 1]
verder te noemen: verzoeker
in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan:

[rechthebbende]geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1]wonend te [adres 2]

verder te noemen: rechthebbende.
De kantonrechter begrijpt het verzoekschrift aldus dat verzoeker vraagt om:
1.
bij beschikking vast te stellen dat de rechthebbende de nalatenschap van haar vader
(de erflater), [naam], beneficiair heeft aanvaard en deze beschikking te
doen inschrijven in het boedelregister;
2.
vooraf machtiging te verlenen om maximaal 8 uur voor niet reguliere werkzaamheden, te
weten de afwikkeling van voormelde nalatenschap, bij de rechthebbende in rekening te
mogen brengen conform het voor die werkzaamheden geldende uurtarief.

verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:
een verzoekschrift, ingekomen op 13 juni 2013;
- een verklaring van erfrecht, opgemaakt op 12 juli 2012 door mr. I.L. Schop, notaris te
Kerkrade, eveneens ingekomen op 13 juni 2013.

beoordeling

Het onder 1 vermelde verzoek (zaaknr. 2195331 BR VERZ 13-80)
Uit het verzoekschrift en de bijlage blijkt het navolgende.
De vader van rechthebbende, [naam], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2], laatstelijk wonend te [adres 3], is op [sterfdatum] te Kerkrade overleden.
Verzoeker is hiervan pas laat, in elk geval na 12 juli 2012, door rechthebbende in kennis gesteld. Op dat moment had notaris I.L. Schop te Kerkrade al een verklaring van erfrecht opgemaakt waarin staat vermeld dat de rechthebbende de nalatenschap zuiver heeft aanvaard.
Volgens verzoeker kan de nalatenschap op grond van artikel 1:441, lid 5, BW echter uitsluitend beneficiair worden aanvaard. Verzoeker is voorts van mening dat nu de 3-maanden termijn van artikel 4:193, lid 1, BW reeds ruim is verstreken, rechthebbende de nalatenschap op grond van het tweede lid van datzelfde artikel - ondanks de eerde zuivere aanvaarding - beneficiair heeft aanvaard.
Verzoeker vraagt thans de beneficiaire aanvaarding bij beschikking vast stellen en deze beschikking te doen schrijven in het boedelregister.
De kantonrechter overweegt als volgt.
In geval van bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 BW geldt als uitgangspunt dat de bewindvoerder ingevolge artikel 1:441, lid 5, BW, met uitsluiting van de rechthebbende, bevoegd is een aan de rechthebbende opgekomen nalatenschap te aanvaarden. Tenzij de aanvaarding geschiedt met toestemming van de rechthebbende, kan de bewindvoerder niet anders aanvaarden dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving. Deze bepaling gaat als lex
specialis vóór artikel 4:193 BW Pro.
Dat is in het onderhavige geval (ook al is niet aanstonds een verklaring ter griffie afgelegd) niet anders. Het feit dat de notaris een verklaring van erfrecht heeft opgemaakt, waaruit blijkt dat de rechthebbende zuiver heeft aanvaard, kan daaraan niet afdoen. De weergave van de feiten in een verklaring van erfrecht heeft weliswaar dwingende bewijskracht maar voor de door de notaris daarin gemaakt (juridische) gevolgtrekkingen geldt dat niet. Een verklaring van erfrecht bewerkstelligt daarom ‘slechts’ dat een derde die op zodanige verklaring afgaat, te dien aanzien als te goeder trouw heeft te gelden (HR 30 juni 2000, NJ 2001, 389). Van een ‘ongedaan making’ van de zuivere aanvaarding kan geen sprake zijn.
De kantonrechter zal het verzoek van de bewindvoerder tot afgifte van voormelde beschikking dan ook toewijzen.
Het onder 2 vermelde verzoek (zaaknr. 530597 OV VERZ 13-3686)
Verzoeker vraagt vooraf machtiging te verlenen om maximaal 8 uur voor niet reguliere werkzaamheden, te weten de afwikkeling van voormelde nalatenschap, bij de rechthebbende in rekening te mogen brengen conform het voor die werkzaamheden geldende uurtarief.
Verzoeker licht nog toe inmiddels plusminus 2 uur aan de afwikkeling van de nalatenschap te hebben besteed en hij verwacht dat daar nog 6 uur bijkomt.
De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek voor inwilliging vatbaar is, zij het tot een maximum van 6 uur.

beslissing

De kantonrechter:
Het onder 1 vermelde verzoek (zaaknr. 2195331 BR VERZ 13-80)
verstaat dat verzoeker geacht wordt de nalatenschap van [naam] in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende [rechthebbende] beneficiair te hebben aanvaard;
gelast de griffier hiervan aantekening in het boedelregister te maken;
Het onder 2 vermelde verzoek (zaaknr. 530597 OV VERZ 13-3686)
verleent verzoeker machtiging om maximaal 6 uur voor niet reguliere werkzaamheden, te weten de afwikkeling van voormelde nalatenschap, bij de rechthebbende in rekening te mogen brengen conform het voor die werkzaamheden geldende uurtarief.
wijst af het meer anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. F.L.G. Geisel,
kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker(s) en degene aan wie een afschrift van de beschikking (door de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.