ECLI:NL:RBLIM:2013:CA0030
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling minderjarige en aanmerken vader als belanghebbende in echtscheidingsprocedure
De rechtbank Limburg behandelde op 2 mei 2013 een verzoek tot ondertoezichtstelling van een minderjarige, ingediend door de raad voor de kinderbescherming. De vader van de minderjarige, die geen ouderlijk gezag heeft en de minderjarige niet heeft erkend, werd door de kinderrechter toch als belanghebbende aangemerkt vanwege zijn langdurige rol in de verzorging en opvoeding en het feit dat hij voornemens is een verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning in te dienen.
De kinderrechter overwoog dat hoewel de vader niet op hetzelfde adres woont als de minderjarige en geen gezag heeft, zijn betrokkenheid en de lopende echtscheidingsprocedure tussen de ouders hem als belanghebbende rechtvaardigen. De raad voor de kinderbescherming stelde dat de ontwikkeling van de minderjarige wordt bedreigd en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende was.
Er werd geen verweer gevoerd door de vader tegen het verzoek, maar hij bracht wel naar voren dat de problematiek van de moeder onvoldoende was belicht en dat hij bezwaren had tegen de aanstelling van de beoogde gezinsvoogd vanwege een slechte relatie. De kinderrechter stelde de minderjarige onder toezicht van de jeugdzorginstelling voor de duur van een jaar en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze uitspraak staat beroep open.
Uitkomst: De minderjarige wordt voor een jaar onder toezicht gesteld en de vader wordt als belanghebbende erkend.