De rechtbank Limburg heeft op 14 oktober 2014 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een voormalige werknemer van de gemeente Roermond. Verdachte werd beschuldigd van het meermalen valselijk opmaken en vervalsen van facturen en proceskostenvergoedingen, en het oplichten van de gemeente door het onrechtmatig verkrijgen van geldbedragen via valse geschriften.
Het bewijs bestond uit aangifte van de gemeente, getuigenverklaringen en een bekennende verklaring van verdachte. De fraude vond plaats tussen juni 2010 en september 2012 en betrof een bedrag van meer dan €158.000,-. Verdachte manipuleerde facturen en bezwaarschriften en liet de gemeente ten onrechte betalingen doen op rekeningen van haarzelf en familieleden.
De rechtbank oordeelde dat de feiten wettig en overtuigend bewezen waren en kwalificeerde deze als valsheid in geschrifte en oplichting. Gelet op de ernst, de duur van de fraude en het bedrag, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden op, met aftrek van voorarrest. Een voorwaardelijke straf werd afgewezen. De vordering tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel werd eveneens afgewezen omdat de civiele procedure reeds voorziet in schadevergoeding.