Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
- verdachte heeft het wapen enkele maanden voor het incident aangeschaft;
- hij had het wapen volgens zijn verklaring ter terechtzitting nooit bij zich,
- de dag van het delict is verdachte met de auto naar [straatnaam 1] gereden;
- hij heeft bij de politie verklaard dat hij de dag van het delict wakker werd en zo
- verdachte verklaart zelf bewust niet te hebben gericht op aangever en als ervaren schutter te hebben geweten dat hij aangever niet zou raken;
- verdachte liep vrijwel dagelijks door [straatnaam 2] maar dat was naar zijn zeggen om in de stad te komen teneinde bij de Hema te gaan ontbijten;
- verdachte verklaart die ochtend niet te hebben geweten wat hem overkwam; hij wilde het groot maken en zijn problemen in de publiciteit krijgen doch niet aangever doden;
- de verklaring van [medewerker zorginstelling], dat zij zich kan voorstellen dat verdachte iets dergelijks in zijn boosheid kan doen maar hem niet als kille moordenaar ziet;
- de psycholoog rapporteert dat wanneer spanningen te hoog oplopen, verdachte uiteindelijk een gevoel van controleverlies zal ervaren wat kan leiden tot plotselinge en heftige acting out van de lange tijd overdekte en opgekropte gevoelens van boosheid, frustratie en spanning. Dit wijst op een ogenblikkelijke gemoedsopwelling;
- verdachte is weliswaar na zijn daad gevlucht/vertrokken naar België maar hij heeft zijn eerste verblijfplaats niet vooraf reeds gepland of geboekt.
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf en/of maatregel
8.De benadeelde partijen
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 (poging tot doodslag onder parketnummer 03/663007-14 feit 1 impliciet subsidiair) is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
een gevangenisstraf van 2 jaren;
- gelast dat de verdachte
- beveelt dat de ter beschikking gestelde
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adresgegevens slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 2.500,-;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van € 2.500,-, subsidiair 35 dagen hechtenis ten behoeve van [slachtoffer 1] voornoemd met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] vervalt en omgekeerd;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de kosten van verdachte ten aanzien van de civiele vordering, tot op heden begroot op nihil.