Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
MONDZORG TANDHEELKUNDE B.V.,
Rechtbank Limburg
De werknemer trad in 2007 in dienst bij Mondzorg met een contract van 20 uur per week, maar werkte vanaf 2011 structureel 30 uur per week. In januari 2014 werd de arbeidsovereenkomst formeel gewijzigd, waarbij het aantal uren op 20 bleef staan, hoewel de werknemer feitelijk meer uren werkte. Mondzorg wilde de extra uren niet formaliseren en bood in augustus 2014 een nieuw contract aan voor 22 uur, dat de werknemer niet accepteerde.
De arbeidsverhouding verslechterde, mede door functiewijzigingen zonder overleg en het terugbrengen van uren, waarna de werknemer zich in september 2014 ziek meldde en sindsdien thuis bleef, hoewel de bedrijfsarts haar arbeidsgeschikt verklaarde. Mondzorg verzocht ontbinding zonder vergoeding, stellende dat de relatie ernstig verstoord was door de werknemer. De werknemer betwistte dit en vorderde een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding inderdaad ernstig verstoord was en ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2015. Voor de vergoeding werd uitgegaan van het wettelijk vermoeden van 30 uur per week conform art. 7:610b BW en een loonbedrag van €2.112,94 plus vakantiebijslag. De verwijtbaarheid werd neutraal beoordeeld (c-factor 1). De vergoeding werd vastgesteld op €22.000 bruto. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 mei 2015 met een vergoeding van €22.000 bruto aan de werknemer.