Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2015 in de zaak tussen
[naam], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2015.
Rechtbank Limburg
Eiser, een leerling met de diagnose PDD-NOS, ADHD en gedragsstoornis NAO, vroeg om aangepast leerlingenvervoer naar het voortgezet speciaal onderwijs in Maastricht. De gemeente wees dit af op basis van een medisch advies waarin werd geconcludeerd dat geen sprake was van een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap, maar wel van een psychiatrische stoornis. Volgens de gemeente kon eiser met begeleiding wel gebruik maken van het openbaar vervoer.
De rechtbank oordeelde dat de psychiatrische stoornis wel degelijk als handicap moet worden beschouwd in het kader van de Verordening leerlingenvervoer, mede gelet op de memorie van toelichting bij wetswijzigingen passend onderwijs. De rechtbank volgde daarmee niet de eerdere jurisprudentie die dit uitsloot. Omdat eiser door zijn stoornis niet zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen en daardoor de lessen niet effectief kan volgen, is aan de voorwaarden voor aangepast vervoer voldaan.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en voorzag zelf in de zaak door de aanvraag toe te wijzen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt dat het vervoer een middel is om het doel van effectief onderwijs te bereiken en dat psychische handicaps niet mogen leiden tot uitsluiting van leerlingenvervoer.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en bepaalt dat de aanvraag voor aangepast leerlingenvervoer wordt toegewezen.