Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling op 27 juli 2015.
Rechtbank Limburg
De werknemer trad in 2010 in dienst met een no-risk-polis van het UWV, die de werkgever beschermde tegen loonkosten bij ziekte. De polis werd niet verlengd na vijf jaar, waarna de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigde op grond van een ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst.
De werknemer betwistte de beëindiging en vorderde toelating tot zijn werk en doorbetaling van loon. De kantonrechter oordeelde dat uit de arbeidsovereenkomst redelijkerwijs volgt dat partijen bij aanvang overeenkwamen dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen na het vervallen van de no-risk-polis.
De ontbindende voorwaarde was ingetreden door het niet verlengen van de polis door het UWV. De kantonrechter vond het redelijk dat de werkgever zich vooraf verzekerde tegen nadelige gevolgen van het vervallen van de polis, gezien de kwetsbare positie van de werknemer.
Daarom werd de vordering afgewezen en werd de werknemer veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van het beëindigen van de arbeidsovereenkomst op grond van de ontbindende voorwaarde.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is rechtsgeldig beëindigd wegens het vervallen van de no-risk-polis; de vordering van de werknemer wordt afgewezen.