De zaak betreft een arbeidsovereenkomst tussen verzoekster en verweerder, waarbij verzoekster als verkoopster in dienst was sinds 1 juli 2008. Verweerder heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd per 20 oktober 2015 wegens beëindiging van de onderneming. Verzoekster vordert betaling van diverse vergoedingen waaronder een billijke vergoeding, transitievergoeding, achterstallig loon en wettelijke rente.
De kantonrechter oordeelt dat de opzegging onregelmatig was omdat verzoekster niet schriftelijk heeft ingestemd en geen van de wettelijke uitzonderingen op opzegging zonder instemming van toepassing is. De arbeidsovereenkomst eindigde formeel op 23 oktober 2015, de datum van de opzeggingsbrief. De gevorderde billijke vergoeding wordt toegekend, maar lager dan gevorderd wegens kennis van de slechte financiële situatie van verweerder.
Verder wordt de gefixeerde schadevergoeding toegekend over de opzegtermijn die niet in acht is genomen, alsmede het achterstallige loon. De wettelijke verhoging over het achterstallige loon wordt gematigd tot 15% vanwege de financiële situatie van verweerder. De transitievergoeding wordt berekend met toepassing van artikel 7:673d BW, waarbij de periode vóór 1 mei 2013 buiten beschouwing wordt gelaten vanwege de slechte financiële situatie van de werkgever.
Verzoek tot verstrekking van een bruto-nettospecificatie wordt afgewezen omdat deze reeds is verstrekt. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van het geding. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.