Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 februari 2016 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser,
de Minister van Defensie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
Eiser, voormalig ambtenaar bij Defensie, ontving wachtgeld tot 1 juni 2025, de maand volgend op zijn 65e verjaardag. Hij verzocht om verlenging tot de AOW-pensioengerechtigde leeftijd. Verweerder wees dit af, stellende dat het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (Wbad) bepaalt dat het recht op wachtgeld eindigt bij 65 jaar.
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid op grond van leeftijd verboden is volgens de Wet Gelijke Behandeling op grond van leeftijd bij arbeid (Wgbla), omdat het leidt tot een aanzienlijke inkomensterugval voor ambtenaren die door de verhoging van de AOW-leeftijd tussen 65 jaar en de AOW-leeftijd geen wachtgeld ontvangen. Het College voor de Rechten van de Mens had eerder geoordeeld dat dit onderscheid niet objectief gerechtvaardigd is.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit voor zover het de einddatum van het wachtgeld betreft. De rechtbank bepaalt dat het wachtgeld pas eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in artikel 7a van de AOW. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het wachtgeld wordt verlengd tot de pensioengerechtigde leeftijd conform artikel 7a van de AOW en het eerdere besluit wordt vernietigd.