ECLI:NL:CRVB:2013:2946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- H.C.P. Venema
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Compensatie reistijd als werktijd voor ambulante medewerkers VWA in hoger beroep
Betrokkene was werkzaam bij de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV) en later bij de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA), ontstaan uit een fusie. Voor de fusie golden verschillende regelingen voor reistijdcompensatie, waarbij alleen medewerkers van de KvW reistijd volledig als werktijd aanmerkten, terwijl RVV-medewerkers slechts het meerdere boven één uur als werktijd kregen.
Na de fusie ontstond geen uniforme regeling, maar werd de praktijk van volledige reistijd als werktijd tijdelijk bestendigd tot februari 2007. Daarna stelde de Inspecteur-Generaal van de VWA een regeling in waarbij maximaal 30 minuten enkele reis niet als werktijd werd aangemerkt. Deze regeling werd herroepen wegens onbevoegdheid, waarna de oude regelingen herleefden. Nieuwe medewerkers kregen echter een gunstigere regeling waarbij reistijd volledig als werktijd gold.
Betrokkene vorderde compensatie voor de niet als werktijd aangemerkte reistijd over de periode 2007-2012. De rechtbank oordeelde dat ongelijke behandeling zonder rechtvaardiging was en gaf opdracht tot compensatie. De Raad vernietigt dit oordeel voor het deel vanaf 15 februari 2007, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd vóór 1 juli 2010. Vanaf die datum moet compensatie worden verleend. Tevens oordeelt de Raad dat compensatie in verlofuren passend is en dat aanspraken op overwerkvergoeding en onregelmatigheidstoeslag onder voorwaarden kunnen gelden. Een aanspraak op ploegentoeslag wordt afgewezen.
De Raad vernietigt de eerdere besluiten van 2012 en beveelt appellant een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitgangspunten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en appellant wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met compensatie vanaf 1 juli 2010.