Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
Voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels werd bewogen tot afgifte van een goed (…) a.b.i. art. 326 Sr Pro, [het aankomt op] alle omstandigheden van het geval (…).’ In tegenstelling tot de opvatting van de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat dit arrest handelt over een bewijsvraag en niet over de vraag naar de geldigheid van de tenlastelegging. Naar het oordeel van de rechtbank is het onderdeel listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels voldoende verfeitelijkt, zoals hiervoor omschreven, en daarmee is de rechtbank van oordeel dat voldaan is aan de vereisten van art. 261 Sv Pro en acht zij de dagvaarding ook met betrekking tot dit deel van de tenlastelegging geldig.
4.De beoordeling van het bewijs
feit 1wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen als beroep of bedrijf hennepkwekerijen in Horn, Haelen, Sint Odiliënberg en Roermond heeft geëxploiteerd. De officier van justitie acht ten aanzien van
feit 1niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het exploiteren van een hennepdrogerij aan de [adres 7] te Susteren, nu op basis van de bewijsmiddelen niet kan worden vastgesteld dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de aangetroffen hennepdrogerij.
feit 2wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een hoeveelheid hennep heeft geleverd, uitgaande van een hoeveelheid van 90 kilogram hennep op basis van de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] en gelet op het aantreffen van de 104 kilogram hennep in verschillende stadia van het droogproces.
feit 5acht de officier van justitie op basis van de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] , de bevindingen op het gebied van telecom en de verklaringen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] bewezen dat verdachte samen met anderen een hennepkwekerij aan de [adres 8] te Maasbree heeft geëxploiteerd.
Hornen
Haelenniet van een wezenlijke bijdrage, voor
Susterenniet dat verdachte enige beschikkingsmacht had, voor
Sint Odiliënbergdat [medeverdachte 1] daarbij betrokken was volgens [medeverdachte 11] , voor
Roermonddat geen belastende informatie blijkt uit het dossier en voor de levering dat niet is gebleken dat het daadwerkelijk hennep betrof. Voor
Maasbreeheeft verdachte mogelijk goederen geleverd vanuit de growshop, maar is hij daarmee geenszins als medepleger aan te merken.
[adres 6] , [adres 4] , [adres 2]is op geen enkele wijze vastgesteld dat er contant geld naar Turkije is overgebracht, terwijl afdoende is vastgesteld dat [naam rechtspersoon 1] beschikte over legaal vermogen waarmee in Nederland onroerend goed werd aangekocht. Daarmee is tevens een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven voor een legale herkomst van het geld. Bovendien is niet gebleken van een wezenlijke bijdrage van verdachte, dan wel dat hij wist of redelijkerwijs zou moeten vermoeden dat een van de panden gefinancierd zou zijn met crimineel geld.
[adres 1]heeft verdachte wel degelijk gewerkt in café [naam café] en dient de verklaring van [medeverdachte 5] , mede gelet op zijn eigen nuanceringen, niet al te betrouwbaar te worden geacht. Verdachte kan weliswaar verzocht hebben om hulp bij een hypotheekaanvraag, maar niet is gebleken dat verdachte enige wetenschap had van valsheid in geschrift die daarbij is gepleegd.
[adres 3]is enerzijds het vermoeden van een valse koopakte tussen verdachte en zijn zussen niet nader onderbouwd en anderzijds is niet gebleken van valsheden of dergelijke ten aanzien van het dienstverband van verdachte bij [naam bedrijf 8] . De vermoedens en insinuaties van de politie zijn dan ook onterecht.
[adres 5]heeft verdachte wel degelijk ook voor [naam rechtspersoon 2] gewerkt. Ook hierin is niet van het tegendeel gebleken en, voor zover sprake zou zijn van door medeverdachte [medeverdachte 1] valselijk opgemaakte documenten, is niet gebleken dat verdachte op de hoogte was van de valsheid in een werkgeversverklaring en salarisspecificatie.
BMW X5staat niet vast dat verdachte zou hebben geweten hoe de financiering tot stand is gekomen, terwijl ter zake de
BMW M3enkel een, aldus hemzelf, onbetrouwbare verklaring van [medeverdachte 5] voorhanden is. Mocht de rechtbank voor het
horlogeniet tot vrijspraak, in verband met de afwezigheid van een criminele herkomst, komen, dan dient verdachte ontslagen te worden van alle rechtsvervolging, in verband met een kwalificatie-beletsel ter zake het verbergen of verhullen van de criminele herkomst.
geldgeconcludeerd dat het legale inkomen van verdachte in schril contrast staat tot zijn uitgavenpatroon. Zulks is echter gebaseerd op gegevens van de Belastingdienst, die niet in het dossier zijn opgenomen, niet definitief zijn en verre van compleet zijn. Bovendien zijn daarin niet de sponsorinkomsten en huuropbrengsten die verdachte heeft genoten meegenomen.
tapgesprekken. De rechtbank zal diverse van die tapverslagen gebruiken voor het bewijs. De rechtbank zal daarbij als uitgangspunt nemen dat de politie heeft geconcludeerd dat de gebruiker van het telefoonnummer
[telefoonnummer][verdachte] [2] betrof en de gebruiker van de telefoonnummers
[telefoonnummer 2]en
[telefoonnummer 3][medeverdachte 1] [3] betrof. Bovendien vermelden deze identificatie-processen-verbaal dat zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] ook andere telefoonnummers gebruikten. Tijdens het uitluisteren van de telefoongesprekken, waarbij [verdachte] dan wel [medeverdachte 1] gebruik maakte van andere telefoonnummers, werd door de betrokken uitwerkende verbalisant een stemvergelijking gedaan. Daar waar het ging om [verdachte] dan wel [medeverdachte 1] werd dit in het uitgewerkte tapgesprek als zodanig vermeld.
[medeverdachte 1] [4] , die onder meer inhoudt: “Van de organisatie maakten deel uit: [verdachte] , [medeverdachte 8] en ik. Dat was de top. [verdachte] stuurde alles aan. De activiteiten bestonden uit het telen van hennep en alles wat daarbij komt kijken. Ik faciliteerde hem om bepaalde dingen af te dekken en ben betrokken geweest bij onder andere het verkrijgen van de panden voor de hennepteelt. [verdachte] had het voor het zeggen. Hij had de zeggenschap. Het team was zo goed, dat er eigenlijk niets gezegd hoefde te worden. [medeverdachte 8] deed de stroom, de verzorging en het opzetten. Iedereen had zijn taak en kende zijn taak. Stel dat er over de telefoon gesproken moest worden, omdat we elkaar niet konden treffen, dan was het “de fiets was mooi en heeft weinig kilometers.” Dat betekent dat het pand geschikt is en dat er niet in gekweekt was. In totaal zijn er 18 kwekerijen geweest in de periode dat ik met [verdachte] samenwerkte.”
[medeverdachte 1] [9] verklaart onder meer als volgt: “Ik heb het pand geregeld via [naam huurder 1] van de [naam bedrijf 1] . [medeverdachte 8] heeft de kwekerij opgezet. Het waren 1285 planten en ze stonden er net twee dagen. [verdachte] betaalde de kosten. Afspraak was 15% ging naar mij, 15% naar [medeverdachte 8] en 10% naar [naam huurder 1] (Rb; de eigenaar van de [naam bedrijf 1] ). De rest was voor [verdachte] . Alleen [medeverdachte 8] had een sleutel, hij was de kwekerij nog aan het opzetten. EFE werd op naam gezet van [medeverdachte 4] als bestuurder. [medeverdachte 4] moest die op haar naam zetten om uit te proberen. [verdachte] was 99% aandeelhouder en zijn vader 1%. [medeverdachte 4] moest in het bedrijf, omdat er iemand in moest. Ze heeft er geen verstand van. Dat is ook het belangrijkste, dat je niet weet hoe het werkt en wat er gebeurt. EFE Personeelsdiensten was een lege BV. Ik heb die opgekocht en [verdachte] heeft die betaald. EFE is er tussen gezet om jullie uit het zicht te houden. EFE was een bestaand bedrijf dat is overgenomen om de constructie op te zetten. De [adres 9] was een proef.”
[medeverdachte 1] [13] verklaart onder meer als volgt: “Volgens mij zijn aan de [adres 10] te Haelen 781 of 718 planten aangetroffen. Mijn zus had geen woonadres en toen heeft ze aan mij gevraagd om een woning voor haar te regelen. Ik heb toen makelaar [naam makelaar] gebeld om dat pand te huren. Bij die kwekerij zijn [verdachte] , mijn zus en ik betrokken. [verdachte] richtte de kwekerij in. Mijn zus en ik zouden samen 15% krijgen. Mijn zus en [verdachte] hadden een sleutel. [verdachte] was verantwoordelijk voor die hennepkwekerij. Hij heeft alles gefinancierd, maar er is nooit opbrengst geweest. Ik heb bemiddeld bij de huur van het pand. [verdachte] verzorgde de plantjes. Niemand woonde in dat pand. De dag van het knippen is de politie binnengevallen. De oogst was rijp.”
[medeverdachte 1] [16] verklaart op 25 oktober 2013 onder meer als volgt: “Meneer [medeverdachte 11] was betrokken bij het pand op de [adres 11] in Sint Odiliënberg en heeft het pand gehuurd. Ik heb de makelaar gebeld en een afspraak gemaakt en we zijn met meneer [medeverdachte 11] daar naar toe gegaan. Ook de echtgenote van meneer [medeverdachte 11] was erbij. Zij wisten ook dat er gekweekt zou gaan worden in dat pand. Er zijn ook afspraken gemaakt met hem. [verdachte] heeft die afspraken gemaakt. Uiteindelijk hebben we een afspraak gemaakt en zijn we met de makelaar, de pandeigenaar en de eigenaresse daar geweest. [verdachte] was er niet bij. Er is borg betaald en huur betaald. Meneer [medeverdachte 11] heeft dit betaald. [verdachte] heeft het eerst aan hem gegeven en daarna heeft hij het betaald. Daarna zijn er 1.100 of 1.200 planten ingezet. Het pand is gehuurd en na zes weken is de kwekerij opgerold.”
[medeverdachte 1] [17] als volgt: “ [medeverdachte 8] heeft de kwekerij opgebouwd en verzorgd. [verdachte] heeft gefinancierd. Ik heb bemiddeld bij het huren van het pand. De eerste oogst is gelijk opgerold. Er is geen opbrengst geweest. Wiet is verdriet.”
[medeverdachte 1]verklaart op 10 november 2011 dat hij ‘ [medeverdachte 11] ’ meestal ‘ [bijnaam medeverdachte 11] ’ noemt. [18]
tapgesprekkenen
sms-berichten. De rechtbank zal een opsomming geven van de informatie die zij tevens redengevend acht.
- regel het netjes af. En ik ben echt kwaad, serieus, jullie zijn uitgeteld als ik terug ben.
- En ik ben echt vet kwaad.
[medeverdachte 1] [32] als volgt: “De [adres 12] had ik via [naam makelaar] geregeld. Dit pand is gehuurd op naam van [naam huurder 2] . Hij is door de politie aangehouden in het pand, toen de inval plaatsvond. Hij zat daar destijds binnen met zijn hond. De huren van de panden werden door [verdachte] betaald. Het pand aan de [adres 12] werd via [naam huurder 2] betaald.”
[medeverdachte 1] [33] onder meer als volgt: “ [naam huurder 2] verzorgde de planten en woonde daar. Hij kreeg een aandeel van 15%. We hebben het over een periode van een jaar. Daarbij waren betrokken [verdachte] , [naam huurder 2] , Marcel en ik voor de bemiddeling. Er stonden 1.100 planten. De opbrengst was iets van 270.000,00 euro. Er komt een oogst uit en dat wordt nat verkocht. Voor elke partij die er uit de kwekerij kwam, kwam een opkoper. [verdachte] regelde de verkoop.”
[medeverdachte 1] [34] als volgt: “Op een gegeven moment stelde [verdachte] aan mij voor dat ik voor hen panden zou regelen voor de hennepteelt. Afspraak was dat ik bij elke oogst 15% zou krijgen. Het pand op de [adres 12] was het eerste pand dat ik had gehuurd bij [naam makelaar] . Daarna kwam de [adres 10] in Haelen, de [adres 9] in Horn en daarna Sint Odiliënberg. [verdachte] betaalde de huren van de panden. Op een bepaald moment vroeg mijn zus [medeverdachte 4] of ik een woning voor haar kon regelen. Zij heeft de [adres 10] gekregen. Zij zou daar eerst gewoon gaan wonen, maar ze zat financieel slecht en daarom zijn in overleg met [verdachte] en [medeverdachte 4] daar 781 planten neergezet. Bij de [adres 11] in Sint Odiliënberg was meneer [medeverdachte 11] betrokken. Met de heer [medeverdachte 11] zijn ook afspraken over het kweken in zijn woning. [verdachte] heeft die afspraken gemaakt. [verdachte] gaf het geld voor de huur aan [medeverdachte 11] en die betaalde vervolgens de verhuurder. Ik regelde dat de panden gehuurd werden. [verdachte] regelde de rest. [verdachte] financierde ook alles.”
[medeverdachte 1] [35] als volgt: “Van de organisatie maakten deel uit: [verdachte] , [medeverdachte 8] en ik. Dat was de top. [verdachte] stuurde alles aan. De activiteiten bestonden uit het telen van hennep en alles wat daarbij komt kijken. Ik faciliteerde hem om bepaalde dingen af te dekken en ben betrokken geweest bij onder andere het verkrijgen van de panden voor de hennepteelt. [verdachte] had het voor het zeggen. Hij had de zeggenschap. Het team was zo goed, dat er eigenlijk niets gezegd hoefde te worden. [medeverdachte 8] deed de stroom, de verzorging en het opzetten. Iedereen had zijn taak en kende zijn taak. Stel dat er over de telefoon gesproken moest worden, omdat we elkaar niet konden treffen, dan was het “de fiets was mooi en heeft weinig kilometers.” Dat betekent dat het pand geschikt is en dat er niet in gekweekt was.”
medeverdachte [medeverdachte 4]bijvoorbeeld dat het net was alsof [verdachte] de koning was. [verdachte] gaf de opdrachten aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 1] zei dat zij zijn naam maar moest noemen bij de politie, maar dat ze de naam van [verdachte] niet mocht noemen. [36] Over de boete van de energieleverancier van 5.000,00 euro (met betrekking tot het pand [adres 10] te Haelen) verklaarde [medeverdachte 4] dat [medeverdachte 1] had gezegd dat ze deze boete aan hem moest geven en dat hij die wel zou doorgeven aan [verdachte] . [verdachte] zou de boete afbetalen in termijnen van 250,00 euro per maand. Verder verklaarde ze: “er zijn mensen in Roermond die, als [verdachte] ergens binnenkomt, uit respect voor hem opstaan.” [37]
tapgesprekken. De rechtbank merkt daarbij op dat medeverdachte [medeverdachte 1] op 10 november 2011 verklaarde dat hij ‘ [medeverdachte 11] ’ meestal ‘ [bijnaam medeverdachte 11] ’ noemt. [38]
- regel het netjes af. En ik ben echt kwaad, serieus, jullie zijn uitgeteld als ik terug ben.
- En ik ben echt vet kwaad.
observatiesuitgevoerd op de [adres 1] te Roermond, waarbij verschillende personenauto’s en personen (waaronder verdachte) bij deze woning zijn waargenomen, en later bij de [adres 7] te Susteren:
. [51]
tapgesprekkenen
sms-berichtenredengevend voor de bewezenverklaring. Dat met “NN persoon” met telefoonnummer [telefoonnummer 5] [medeverdachte 9] wordt bedoeld, staat voor de rechtbank vast, gelet op de volgende omstandigheden. Verdachte spreekt met een man die hij “ [medeverdachte 9] ” noemt. Verdachte belt op enig moment met [medeverdachte 9] en [medeverdachte 9] zegt dat “hij om de hoek is.” Even later wordt [medeverdachte 9] op de beelden van een observatie bij de [adres 1] herkend als [medeverdachte 9] . De rechtbank zal derhalve “NN persoon/NN man met telefoonnummer [telefoonnummer 5] ” hierna aanduiden met “ [medeverdachte 9] .”
[medeverdachte 1] [54] - zakelijk weergegeven - dat hij het pand niet kent, maar wel weet dat [medeverdachte 9] daarmee te maken had.
een hoeveelheidhennep bewezen.
feit 2, hennepdeal), zal verdachte van het exploiteren van een hennepdrogerij in laatstgenoemd pand (
onderdeel van feit 1 van 04/800080-11) worden vrijgesproken. Een verkoper van hennep kan immers niet als (medeplegende) koper van diezelfde hennep worden aangemerkt.
MMC Narcoticatest. De toppen werden op uiterlijke kenmerken herkend als cannabis en werden vervolgens, middels genoemde MMC-test, ook positief getest op de aanwezigheid van THC. [59]
[medeverdachte 6] [63] verder dat hij in 2009 naar Nederlands was gevlucht en dat hij na 6-7 maanden kennis maakte met [medeverdachte 10] , die hem uiteindelijk voorstelde aan [verdachte] . Zij stelden voor dat [medeverdachte 6] op zijn naam een huis zou huren waar zij dan een hennepplantage wilden inrichten. Afgesproken werd dat hij in het huis zou gaan wonen, op de hennepplantage zou passen en de planten indien nodig water zou geven. [medeverdachte 10] en [verdachte] zouden de financiële middelen ter beschikking stellen en de winst zou tussen hen drieën worden gedeeld. Aan de winst hebben ze hem uiteindelijk niet laten deelnemen, omdat bij de eerste hennepteelt meer dan de helft van de planten is doodgegaan. Bij de tweede hennepteelt hebben [medeverdachte 10] en [verdachte] de planten opgehaald terwijl hij niet thuis was. [verdachte] heeft samen met [medeverdachte 10] een keer de huur voor het huis betaald. [verdachte] heeft het geld voor de huur aan hem gegeven, zodat hij die kon betalen. Bovendien gaf [verdachte] zo nu en dan geld aan hem, zodat hij levensmiddelen en andere dagelijkse benodigdheden kon kopen. Hij gaf wekelijks geld aan hem, soms ook twee keer per week. De eigenaars van de hennepteelt waren dus [verdachte] en [medeverdachte 10] . [verdachte] kwam ongeveer een keer per week om te kijken hoe alles eruit zag.
aangiftesgedaan vanwege afname van elektriciteit buiten de meter om in de hiervoor genoemde panden. Uit deze aangiftes blijkt het volgende.
aangifte [66] van diefstal van energie. Deze aangifte vermeldt onder meer dat de fraude-inspecteur op 9 maart 2011 een onderzoek heeft ingesteld naar de meetinrichting aan de [adres 9] te Horn. Daarbij constateerde hij verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie. Hij zag dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken, dat er een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt en dat de hoofdbeveiliging was verzwaard. De illegale aansluiting liep buiten de elektriciteitsmeter om naar de hennepplantage en voorzag deze van elektriciteit. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd. De hennepplantage was ingericht in twee verschillende ruimtes en de aangetroffen teelt was tenminste zeven dagen oud in beide ruimtes. Uit de berekening blijkt dat minimaal 7.260 kWh is illegaal weggenomen. De
factuur van Enexis [67] bedraagt 1.163,68 euro van welk bedrag 539,42 euro verbruik elektriciteit betreft.
aangifte [68] van diefstal van energie. Deze aangifte vermeldt – zakelijk weergegeven – dat de fraude-inspecteur op 19 april 2011 een onderzoek heeft ingesteld naar de meetinrichting aan de [adres 10] te Haelen. Daarbij constateerde hij verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie. Hij zag dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken, dat er een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt en dat de hoofdbeveiliging was verzwaard. De illegale aansluiting liep buiten de elektriciteitsmeter om naar de hennepplantage en voorzag deze van elektriciteit. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd. De hennepplantage was ingericht in drie verschillende ruimtes en de aangetroffen teelt was tenminste 63 dagen oud in alle drie de ruimtes. Uit de berekening blijkt dat minimaal 34.592 kWh illegaal is weggenomen. De
factuur van Enexis [69] bedraagt 3.677,60 euro van welk bedrag 2.570,19 euro verbruik elektriciteit betreft.
aangifte [70] van diefstal van energie. Deze aangifte vermeldt – zakelijk weergegeven – dat de fraude-inspecteur op 20 juli 2011 een onderzoek heeft ingesteld naar de meetinrichting aan de [adres 11] te Sint Odiliënberg. Daarbij constateerde hij verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie, namelijk een ongeoorloofde opening van het deksel van de aansluitkast, een illegale aftakking vóór de hoofdbeveiliging en verzwaring van de hoofdbeveiliging. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage en het huishoudelijk verbruik niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Uit de berekening blijkt dat minimaal 46.276 kWh illegaal is afgenomen. De
factuur van Enexis [71] bedraagt 4.189.75 euro, waarvan 3.290,22 euro het elektriciteitsverbruik betreft.
Enexisdeed
aangifte [72] van diefstal van energie. Deze aangifte vermeldt – zakelijk weergegeven – dat de fraude-inspecteur op 29 augustus 2011 een onderzoek heeft ingesteld naar de meetinrichting aan de [adres 12] te Roermond. Daarbij constateerde hij verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie. Hij trof aan een illegale aftakking op de hoofdkabel en vermogensfraude. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet correct geregistreerd. Uit onderzoek blijkt dat er minimaal 87.752 kWh illegaal is afgenomen, uitgaande van één voorgaande oogst in beide ruimtes en de aangetroffen teelten van tenminste 63 dagen oud in beide ruimtes. De
factuur van Enexis [73] bedraagt 8.715,79 euro van welk bedrag 6.239,17 euro verbruik elektriciteit betreft.
aangifte [74] van diefstal van energie. Deze aangifte vermeldt – zakelijk weergegeven – dat een monteur van Enexis op 13 augustus 2010 een onderzoek heeft ingesteld naar de meetinrichting aan de [adres 8] te Maasbree. Daarbij constateerde de monteur verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie. Hij zag dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken, dat aan de onderzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt en dat de hoofdbeveiliging verzwaard was. De illegale elektriciteitsaansluiting liep buiten de elektriciteitsmeter om naar de hennepplantage en voorzag deze van elektriciteit. De hennepplantage was ingericht in verschillende ruimtes en vermoedelijk is sprake van tenminste twee eerdere oogsten in alle ruimtes. De aangetroffen teelt was tenminste 35 dagen oud in alle ruimtes. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet correct geregistreerd. Volgens berekening is er minimaal 121.906 kWh illegaal afgenomen. De bijgevoegde
factuur [75] bedraagt 10.904,37 euro waarvan 9.240,47 euro ziet op het elektriciteitsverbruik.
[medeverdachte 4] [76] - zakelijk weergegeven - dat zij een brief van de energieleverancier had gekregen. Het was een boete van 5.000,00 euro en [medeverdachte 1] zei dat zij deze boete maar aan hem moest geven zodat hij die wel zou doorgeven aan [verdachte] . [verdachte] zou de boete afbetalen in termijnen van 250,00 euro per maand.
[medeverdachte 1] [77] - zakelijk weergegeven - dat [medeverdachte 8] de hennepkwekerij heeft opgebouwd en verzorgd. [verdachte] heeft gefinancierd en [medeverdachte 1] heeft bemiddeld bij het huren van het pand. De eerste oogst is gelijk opgerold. De elektriciteit is door niemand betaald, er is een regeling getroffen door [medeverdachte 11] .
[medeverdachte 1] [78] als volgt: “Van de organisatie maakten deel uit: [verdachte] , [medeverdachte 8] en ik. Dat was de top. [verdachte] stuurde alles aan. De activiteiten bestonden uit het telen van hennep en alles wat daarbij komt kijken. Ik faciliteerde hem om bepaalde dingen af te dekken en ben betrokken geweest bij onder andere het verkrijgen van de panden voor de hennepteelt. [verdachte] had het voor het zeggen. Hij had de zeggenschap. Het team was zo goed, dat er eigenlijk niets gezegd hoefde te worden. [medeverdachte 8] deed de stroom, de verzorging en het opzetten. Iedereen had zijn taak en kende zijn taak.”
[medeverdachte 6]
werkgeversverklaring [84] die onder meer vermeldt dat [verdachte] sinds 1 april 2005 in dienst is als bedrijfsleider bij Café-zaal [naam café] te Roermond met een jaarsalaris van 45.663,78 euro. Deze werkgeversverklaring is gedateerd op 30 september 2005 en ondertekend op naam van [getuige 4] . Tevens bevindt zich in het dossier een
salarisspecificatie [85] van [naam café] , betreffende werknemer [verdachte] , bedrijfsleider, inhoudende een specificatie van het loon over september 2005 ten bedrage van 3.523,44 euro bruto.
doorzoekingvan de woning van [medeverdachte 2] werden twee mapjes bankafschriften aangetroffen van een bankrekening bij de Kreissparkasse in Heinsberg nummer [rekeningnummer 2] , over de periode juli tot en met september 2009. Van deze rekening werden de maandelijkse aflossingen betaald, een bedrag van 1.451,02 euro. Kort voor iedere betaling werd een contante storting gedaan ter grootte van ongeveer het verschuldigde maandbedrag, veelal met vermelding “Barumsatz.” [96] Verdachteheeft ter zitting van 3 maart 2016 verklaard: “Ik heb wel vaker geld gestort voor aflossing.”
brief van [naam 7]van 26 oktober 2011 blijkt dat in de loop van 2011 achterstand bij de aflossingen is ontstaan. In een bestand dat op de computer van verdachte is aangetroffen, schrijft verdachte aan de BMW-Bank dat hij het tot 15 januari 2012 openstaande bedrag van 21.363,85 euro zal betalen en inmiddels een bedrag van 5.500,00 euro bij de firma Kohl heeft betaald. [98]
werkgeversverklaringdie – zakelijk weergegeven – vermeldt dat [verdachte] sinds 17 juni 2009 in dienst is als sales manager bij [naam rechtspersoon 2] met een jaarsalaris van 58.085,66 euro. Deze werkgeversverklaring is gedateerd op 31 augustus 2009 en ondertekend door [getuige 10] , directeur. Op de werkgeversverklaring is met pen geschreven: [hypotheeknummer 2] . [106]
[medeverdachte 1]: “Ik zette hem ( [verdachte] , de Rb) op de loonlijst. De premies en de salarissen werden netjes op papier overgemaakt. [verdachte] kon hierdoor zijn pand kopen aan de [adres 5] . Ik heb een melding bij de belastingdienst gedaan, salarisstroken, arbeidscontract. Ik heb opdracht gegeven bij het loonhuis, volgens mij in Brussel, om die documenten op te maken. Je weet dat het huis 260.000,00 euro is, dan heb je een bruto bedrag van 4.500,00 euro nodig. [verdachte] zei dat hij een huis wilde kopen voor dat bedrag en daarop heb ik een inschatting gemaakt van het benodigde salaris. [verdachte] betaalde mij gewoon het precieze bedrag van 4.500,00 euro. Ik betaalde netjes de premies en maakt hem het geld over. Ik kreeg die bedragen elke maand in contanten, briefjes van 20,00 en 50,00 euro.” [109]
aankoopfactuurblijkt dat de aankoopsom contant is betaald aan de firma Paluch&Greilich in Hamm, Duitsland. [112] Verdachteverklaarde ter zitting van 3 maart 2016 - zakelijk weergegeven - dat hij deze auto inderdaad contant heeft betaald namens [naam bedrijf 3] en dat de auto voor een vriend van [medeverdachte 5] was, iemand uit Frankrijk. Daarom heeft verdachte de auto opgehaald. De auto beviel niet. Bij de BMW garage bleek dat er motorschade was. Daarom heeft hij minder betaald voor die auto.
[medeverdachte 1]verklaarde op 27 november 2013: “Die M3 is contant betaald voor 59.000,00 euro. [verdachte] en ik hebben die samen opgehaald. Ik ben toen met de X5 teruggereden. De auto is gekocht op naam van [naam 8] BV of zoiets. We hebben dat geld daar samen met de verkoper contant gestort bij de Sparkasse in de buurt van Frankfurt.” [113]
tweede nota, gedateerd 13 juli 2010, betreffende de verkoop van [naam bedrijf 3] aan verdachte van de BMW M3. [114]
- ruim 60.000,00 euro deels geïnvesteerd in [naam bedrijf 2] en deels contant opgenomen;
- 74.000,00 euro aan contante betalingen en periodieke betalingen aan de BMW-bank in de periode van 7 mei 2008 tot in 2011;
- 14.500,00 euro voor het horloge op 1 april 2009;
- 54.600,00 voor de BMW M3, op 7 mei 2010.
- samen met anderen van een personenauto BMW, type X5, de rechthebbende heeft verhuld;
- de hiervoor vermelde panden, een personenauto BMW, type X5, een personenauto BMW, type M3, en een horloge Audemars Piquet heeft verworven, voor die personenauto’s en het horloge, geld heeft omgezet en daarnaast geld heeft omgezet door financiële verplichtingen uit hypotheekovereenkomsten te voldoen en door 60.000,00 euro deels te investeren in [naam bedrijf 2] en deels contant op te nemen.
- gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband;
- gericht op het plegen van misdrijven;
- waaraan verdachte willens en wetens een bijdrage levert.
[naam bedrijf 9] [139] aangifte van oplichting en verklaarde onder meer als volgt: “Op 8 september 2011 ben ik aangevangen met bestratingswerkzaamheden in opdracht van [naam rechtspersoon 6] , gevestigd op de [adres 6] te Horn. Dit duurde ongeveer 14 dagen. De heer [medeverdachte 1] was mijn contactpersoon aldaar. Ik heb [medeverdachte 1] een factuur gezonden, maar daar werd niet op gereageerd. Telefonisch contact is ook niet gelukt. Per mail en sms heeft hij mij nog meermalen laten weten dat hij het geld zou overmaken, maar dat is niet gebeurd. Ik heb werkzaamheden uitgevoerd voor een totaalbedrag van 29.486,77 euro, inclusief BTW. Ik heb hier nog geen enkele euro van ontvangen.”
[naam bedrijf 10] [140] aangifte van oplichting en verklaarde onder meer als volgt: “Op 13 september 2011 heb ik in opdracht van [medeverdachte 1] een offerte aan hem verzonden, naar het e-mailadres [naam rechtspersoon 6] @live.nl. Na telefonisch contact heb ik de offerte aangepast tot een bedrag van 6.599,00 euro met betaling bij levering. Kort daarna ontving ik een fax waarop ik zag dat [medeverdachte 1] de offerte ondertekend had voor akkoord. Twee dagen voor de levering ben ik naar [medeverdachte 1] gereden, aan de [adres 6] in Horn, omdat ik een fout had gemaakt met de lichtbakken. Ik heb hem 500 euro korting geboden. Vervolgens zag en hoorde ik dat [medeverdachte 1] met
[verdachte]overlegde of hij de korting kon accepteren. Vervolgens kwam [medeverdachte 1] terug en zei hij mij dat hij akkoord ging met de ‘verkeerde’ lichtbakken en met de korting die ik hem bood. Op 6 oktober 2011 ben ik wederom naar het bedrijf gereden, nu om de lichtbakken te monteren. Nadat ik twee lichtbakken had gemonteerd, ben ik naar [medeverdachte 1] gegaan en heb ik hem gevraagd of hij mij het verschuldigde bedrag kon overmaken. Hij stemde hiermee in en we zijn naar zijn computer gelopen. Ik zag dat hij een Random Reader had, hier een pinpas instak en iets intoetste. Ik zag ook dat hij mijn rekening pakte, met daarop het rekeningnummer en het uiteindelijk te betalen bedragen van 5.950 euro. Door de handelingen van [medeverdachte 1] , kreeg ik het vertrouwen dat hij het geld overmaakte naar mijn rekening. Hij overhandigde mij ook een schermafdruk waarop te zien was dat er een opdracht was gegeven voor overboeking van 5.950,00 euro naar het rekeningnummer van mijn bedrijf. Ik ben vervolgens verder gegaan en heb de twee overige lichtbakken gemonteerd. Op 10 oktober 2011 zag ik dat het geld nog niet op mijn rekening stond. Ik heb contact opgenomen met [medeverdachte 1] en in oktober kreeg ik verschillende sms-berichten van [medeverdachte 1] waarin hij zei dat hij zou zorgen dat ik mijn geld zou ontvangen. Tot op heden heb ik mijn geld nooit ontvangen.” Als bijlage is gevoegd een rekening [141] ten bedrage van 5.950,00 euro, inclusief btw.
[naam bedrijf 11] [142] aangifte van oplichting en verklaarde onder meer als volgt: “Ik heb met een man, die zich bekend maakte als [medeverdachte 1] , gesproken en gecommuniceerd. Hij maakt gebruik van het e-maildres [email] @live.nl. Ons bedrijf is eind oktober / begin november 2011 gebeld door [medeverdachte 1] , ik heb met hem een afspraak gemaakt en ik ben naar het adres [adres 6] te Horn gegaan. Wij zijn tot elkaar gekomen en ik heb hem gezegd dat ik hem per e-mail zou laten weten wat de kosten zouden zijn om dakplaten te monteren, inclusief goten, benodigdheden, de steiger en arbeidsloon. Op 2 november 2011 had mijn dochter hem de offerte gemaild en op 3 november heeft [medeverdachte 1] ons een e-mail gestuurd dat hij akkoord ging met de offerte. Op 4 november 2011 is de steiger geplaatst en op 7 november 2011 zijn we met twee busjes naar het bedrijf aan de [adres 6] te Horn gegaan. ’s Middags hebben wij nieuwe dakplaten aangebracht, alsmede goten aan de voorzijde. Op 8 november 2011 zijn we weer met 2 busjes naar Horn gegaan, maar we moesten stoppen van de politie in verband met een onderzoek. Als het werk klaar was, zou hij de rekening gestuurd krijgen. Ik heb zeker voor 6.793,00 euro kosten gemaakt.”
politierelateerde aanvullend – zakelijk weergegeven – dat aangever [naam aangever 3] [medeverdachte 1] op een hem getoonde foto herkende als zijnde de man die hij “ [medeverdachte 1] ” had genoemd. Voorts heeft aangever [naam aangever 3] de politie twee facturen, gericht aan “ [medeverdachte 1] ,” overhandigd van respectievelijk 6.055,16 euro en 725,90 euro. Deze facturen waren nog niet betaald. [143]
[naam bedrijf 12] [144] aangifte van oplichting en verklaarde onder meer als volgt: “Midden augustus (2011, Rb) werd ik benaderd door een man genaamd [medeverdachte 1] , die aangaf dat hij een gazon aangelegd wilde hebben op de [adres 6] te Horn. Een paar dagen later ben ik naar de betreffende locatie gegaan en daar werd mij door een man, die ik herken op de foto die u mij toont (dit betreft een foto van [verdachte] , Rb), verteld dat [medeverdachte 1] niet aanwezig was, maar dat hij op de hoogte was van wat er moest gebeuren. Later hoorde ik van de vorige eigenaar van de loods dat die man
[verdachte]heet. [verdachte] gaf aan welke werkzaamheden hij graag uitgevoerd wilde hebben. Dit betref het aanleggen van een gazon en bekiezeling. Op 25 augustus 2011 heb ik de offerte gemaild naar [naam rechtspersoon 6] @live.nl. Tussen 1 en 6 september 2011 stuurde [medeverdachte 1] de ondertekende opdrachtbevestiging retour. Op 6 september 2011 zijn wij begonnen met voorbereidende werkzaamheden bij de [adres 6] te Horn. De contactpersoon op de werkplaats voor mijn werknemers was [verdachte] of [medeverdachte 1] . De man op de foto die u mij toont (dit betreft een foto van [medeverdachte 1] , Rb) is [medeverdachte 1] . De werkzaamheden vonden plaats tot 24 september 2011 en toen staakten wij onze werkzaamheden omdat de betalingsafspraak niet werd nagekomen. Ik heb meermalen via sms en telefoon contact gehad met [medeverdachte 1] over de betaling, maar hij had steeds smoesjes. Tot op heden heeft er geen enkele betaling plaatsgevonden. Mijn daadwerkelijk gemaakte onkosten en schade komen hierdoor uit op circa 1.700,00 euro.
[naam bedrijf 13] [145] aangifte van oplichting en verklaarde onder meer als volgt: “Eind augustus 2011 werd ik telefonisch benaderd door [medeverdachte 1] . Hij gaf aan dat er een gas- en waterleiding aangelegd moest worden in het pand aan de [adres 6] te Horn. Op 1 september 2011 ben ik daarnaartoe gereden en daar stond mij een lange, smalle man te woord. Zijn vriend was niet aanwezig, maar hij zou mij wel aangeven welke werkzaamheden ik moest verrichten aldaar. De offerte heb ik gestuurd naar [naam rechtspersoon 6] @live.nl. Diezelfde avond van 1 september 2011 kreeg ik een akkoordbevestiging. Wij kwamen tot de afspraak te starten op 7 september 2011. Mijn monteurs hebben het werk verricht en de factuur kwam uit op 1.921,38 euro incl. BTW. Op de dag van uitvoering werd aan mijn monteurs door een kleine, dikke man gevraagd of wij nog aanvullende elektro-werkzaamheden wilden verrichten. De man van de growshop vroeg daarbij nog of er een ook utp-kabel aangelegd kon worden. De klus zou op 26 september 2011 verricht worden en deze is gefactureerd à 407,54 euro. Tussendoor is nog door [medeverdachte 1] gevraagd of mijn bedrijf een heater kon installeren, die is op 29 september 2011 aangesloten en de factuur bedroeg 965,13 euro. Tot op heden is geen enkele factuur betaalt, ondanks herhaaldelijke verzoeken. Op eerste foto die u mij toont (dit betreft een foto van [medeverdachte 1] , Rb) herken ik de kleine, dikke man. Op de tweede foto die mij toont (dit betreft een foto van [verdachte] , Rb) herken ik de man die mij de eerste keer te woord stond op de [adres 6] te Horn.
[naam bedrijf 14] [146] aangifte van oplichting en verklaarde onder meer als volgt: “Eind september 2011 werd ik gebeld door een man die zich meldde met de naam [naam rechtspersoon 6] of [medeverdachte 1] . Later is gebleken dat deze persoon [medeverdachte 1] heet. Hij informeerde of ons bedrijf een gazon met beregeningsinstallatie kon aanleggen, op de [adres 6] te Horn. In diezelfde week ben er ter plaatse gaan kijken en werd ik te woord gestaan door een man die zich voorstelde als [medeverdachte 1] . Hij vertelde dat een gazon met beregeningsinstallatie moest worden aangelegd, alsmede een grindvlakte. De man op de foto die u mij toont (dit betreft een foto van [medeverdachte 1] , Rb) herken ik als [medeverdachte 1] . Op 3 oktober 2011 heb ik een offerte gericht aan [naam rechtspersoon 6] @live.nl en kort daarna werd de voor akkoord ondertekende offerte retour gestuurd. Op 17 oktober 2011 zijn wij begonnen. Op de derde dag van de werkzaamheden heb ik nog een andere persoon gezien, namelijk de persoon die staat afgebeeld op de foto die u mij toont (dit betreft een foto van [verdachte] , Rb). De rekeningen heb ik op 19 oktober 2011 aan [medeverdachte 1] gegeven, maar tot op heden heeft [medeverdachte 1] deze rekeningen niet betaald. Hierdoor is het bedrijf benadeeld voor een bedrag van 9.181,72 euro (offerte) en 377,44 euro (meerwerk).
tapverslag [147] houdt het navolgende in:
tapverslag [148] houdt het navolgende in:
tapverslag [149] houdt het navolgende in:
aanrijdingsformulier [152] is onder meer ingevuld dat op 14 januari 2011 een aanrijding heeft plaatsgevonden op de Rijksweg in Roermond, waarbij betrokken waren [verdachte] en [medeverdachte 4] [medeverdachte 1] en waarbij [verdachte] Taners Volkwagen Golf van achteren was aangereden door [medeverdachte 4] [medeverdachte 1] , rijdend in een Mercedes Vito met kenteken [kenteken 1] . Als getuige is ingevuld [getuige 5] .
Aegon Schadeverzekeringen N.V.aangifte [155] van oplichting en verklaarde onder meer als volgt: “Aegon Schadeverzekeringen N.V. is risicodrager van de aansprakelijkheid die voortvloeit uit de verzekering van de Mercedes Vito met kenteken [kenteken 1] . Dit voertuig is WA-verzekerd via BSB Assuradeuren. De feitelijke totstandkoming vond plaats bij assurantiekantoor Conhof in Brunssum. Op 17 januari 2011 meldde dhr. [verdachte] zich bij de tussenpersoon BSB Assuradeuren in Geleen, met de mededeling dat hij schade had opgelopen bij een aanrijding tussen een Mercedes Vito en zijn Volkswagen Golf. Het schadebedrag is door een schade-expert vastgesteld op 4.701,91 euro en dit bedrag is gestort op de bankrekening ten name van [verdachte] . Op 1 februari 2011 werd een mail gestuurd naar BSB Assuradeuren, waarin [verdachte] aangaf dat hij tengevolge van de aanrijding ook letsel had opgelopen en dat hij hierdoor niet meer goed kon functioneren. Conform de interne richtlijnen is deze letselclaim in behandeling genomen door Aegon Schadeverzekeringen N.V.. Aegon Schadeverzekeringen NV. is tot nu toe bewogen tot betaling van diverse geldbedragen aan [verdachte] tot een totaalbedrag van 8.811,65 euro.”
doorzoekingin de woning van verdachte aan de [adres 1] te Roermond een zogenaamde jammer aangetroffen en in beslag genomen. [156]
technisch onderzoek [157] vermeldt dat het hier betreft een zwart draagbaar radiozenderapparaat, als bedoeld in artikel 1.1. onder kk van de Telecommunicatiewet (zogenaamde jammer voor de mobiele communicatie) welke niet was voorzien ven enig merk, type en/of serienummer. Het apparaat is niet voorzien van CE-markering of enig ander keurmerk. Bij het inschakelen van het apparaat werden stoorsignalen uitgezonden op de 900 Mhz GSM-band, de 1500 MHz GPS-band, 1800 MHz GSM2-band en de 2100 MHz UMTS-band. Aan verdachte is niet de krachtens de Telecommunicatiewet vereiste vergunning verleend voor het gebruik van voornoemde frequentieruimten. De vrijstelling ingevolge artikel 10.9, tweede lid, en het bepaalde in artikel 10.10, eerste lid, van de Telecommunicatiewet is niet van toepassing.
- [naam bedrijf 9] heeft bewogen tot het verlenen van diensten, te weten bestratingswerkzaamheden en,
- [naam bedrijf 10] heeft bewogen tot de afgifte van goederen, te weten lichtbakken en het verlenen van diensten, te weten het ontwerpen en afhangen van lichtbakken en,
- [naam bedrijf 11] heeft bewogen tot de afgifte van goederen, te weten dakbevestigingsmaterialen en het verlenen van diensten, te weten dakbedekkingswerkzaamheden en,
- [naam bedrijf 12] heeft bewogen tot het verlenen van diensten, te weten het aanleggen van een gazon en bekiezeling en,
- [naam bedrijf 13] heeft bewogen tot het verlenen van diensten, te weten het leggen van waterleiding en gasleiding, elektro werkzaamheden en het aansluiten van een heater en,
- [naam bedrijf 14] heeft bewogen tot het verlenen van diensten, te weten het aanleggen van een gazon met beregeningsinstallatie en het aanleggen van een grindvlakte,
- [naam bedrijf 9] en,
- [naam bedrijf 10] en,
- [naam bedrijf 11] en,
- [naam bedrijf 12] en,
- [naam bedrijf 13] en,
- [naam bedrijf 14] ,
- Europees schadeformulier en
- werkgeversverklaring(en) van [naam café] en/of [naam rechtspersoon 2] ,
- voornoemd Europees schadeformulier niet is ondertekend door [medeverdachte 4] en de op voornoemd Europees schadeformulier vermelde aanrijding niet heeft plaatsgevonden;
- voornoemde werkgeversverklaring van [naam café] niet is ondertekend door [getuige 4] en in strijd met de waarheid op voornoemde werkgeversverklaring van [naam café] is vermeld dat hij, verdachte, werknemer was;
- voornoemde werkgeversverklaring van [naam rechtspersoon 2] niet is ondertekend door [getuige 10] en in strijd met de waarheid op voornoemde werkgeversverklaring van [naam rechtspersoon 2] is vermeld dat hij, verdachte, werknemer was;
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
primair: medeplegen van gewoontewitwassen;
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf en/of de maatregel
8.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
[naam bedrijf 12]omvat diverse posten tot een totaalbedrag van 6.076,24 euro. De daadwerkelijk vordering bedraagt echter 1.700,00 euro, hetgeen ook overeenkomt met de in de betreffende aangifte gestelde schade, bestaande uit daadwerkelijk gemaakte kosten ten behoeve van het personeel. De door de raadsman als onvoldoende onderbouwd geachte posten ‘incassokosten’ en ‘administratiekosten’ maken derhalve geen deel uit van het uiteindelijk gevorderde schadebedrag. De rechtbank zal dit verweer van de raadsman derhalve passeren.
[naam bedrijf 11]bestaat uit twee facturen, waarvan de tweede factuur (nummer 11.11.30) betrekking heeft op schade geleden door gesprekken met de politie, bestaande kennelijk uit verloren arbeidsuren en transportkosten. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd. De uren en uurtarieven zijn immers niet nader gespecificeerd en onduidelijk is waarop de post ‘transport’ ziet. De benadeelde zal ten aanzien van dit deel van de vordering dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
Aegon Schadeverzekeringen N.V..
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
3, 7, en 9(04/850427-12);
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feiten 1 t/m 5 (04/800080-11) en 1, 2, 4 primair, 5, 6, 8, 10, 11 en 12 (04/850427-12) tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Enexis B.V.toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij Enexis B.V. (d.t.v. Reinartz Advocaten), p/a postbus 4046, 5604 EA te Eindhoven, van een bedrag van 970,82 euro te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 9 maart 2011 de dag der algehele voldoening;
[naam bedrijf 14] BVgedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [naam bedrijf 14] BV (d.t.v. [naam aangever 6] ), [adres benadeelde partij 3] , van een bedrag van 8.200,38 euro;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde voornoemd, van een bedrag van 8.200,38 euro bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 76 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
Aegon Schadeverzekeringen N.V.geheel toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij Aegon Schadeverzekeringen N.V. (d.t.v. E.C. Kleverlaan), p/a postbus 6, 2501 AC te Den Haag, van een bedrag van 8.410,10 euro;
- Europees schadeformulier en/of
- werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s) van [naam café] en/of [naam rechtspersoon 2] ,
- voornoemd Europees schadeformulier niet is ondertekend door [medeverdachte 4] en/of de op voornoemd Europees schadeformulier vermelde aanrijding niet heeft plaatsgevonden
- voornoemde werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie van [naam café] niet is ondertekend door [getuige 4] en/of in strijd met de waarheid op voornoemde werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie van [naam café] is vermeld dat hij, verdachte, werknemer was,
- voornoemde werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie van [naam rechtspersoon 2] niet is ondertekend door [getuige 10] en/of in strijd met de waarheid op voornoemde werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie van [naam rechtspersoon 2] is vermeld dat hij, verdachte, werknemer was; (art. 225 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht)