Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het op 29 maart 2016 ter griffie ontvangen verzoekschrift
- de mondelinge behandeling die is gehouden op 26 mei 2016.
2.De feiten en het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
coll:
Rechtbank Limburg
De werknemer was sinds 2003 in dienst bij Globell BV en werkte vanaf 2009 vanuit haar woonplaats in Nederland voor de regio Zuid-Duitsland. Globell vroeg in 2015 ontslagvergunning aan bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen, welke werd geweigerd. De werknemer nam vervolgens ontslag per 1 februari 2016 en verzocht om toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.
De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat Globell ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De werknemer kon onvoldoende aannemelijk maken dat zij daadwerkelijk wilde verhuizen naar Nederland en had bovendien een nieuwe baan aangenomen. De verzoeken tot transitievergoeding en billijke vergoeding worden daarom afgewezen.
Daarnaast verzocht de werknemer om een inzichtelijke eindafrekening, betaling van vakantietoeslag en loon, een getuigschrift en een herberekening van loon naar Duits belastingrecht. De kantonrechter stelt vast dat een eindafrekening en getuigschrift reeds zijn verstrekt, de vakantietoeslag en loon correct zijn betaald en verklaart de verzoeken tot herberekening niet ontvankelijk omdat deze niet samenhangen met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: De verzoeken van de werknemer tot transitievergoeding, billijke vergoeding en overige nevenvorderingen worden afgewezen en het verzoek tot loonherberekening wordt niet ontvankelijk verklaard.