De Stichting Kindante verzocht de rechtbank Limburg om de arbeidsovereenkomst met een onderwijzeres te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De werkgever stelde dat het vertrouwen in de professionele kwaliteiten van de werkneemster was verloren en dat de samenwerking uitzichtloos was. De werkneemster betwistte dit en stelde dat zij zich gedwongen voelde tot medewerking aan coachingstrajecten en dat er binnen de organisatie mogelijkheden tot herplaatsing zijn.
De rechtbank oordeelde dat het disfunctioneren niet als grondslag voor ontbinding was aangevoerd en dat de verstoorde arbeidsverhouding onvoldoende was onderbouwd. Positieve schriftelijke verslagen over het functioneren op een andere school binnen de organisatie en het ontbreken van concrete klachten maakten dat het verzoek niet kon worden toegewezen.
Verder werd vastgesteld dat de werkneemster sinds 1978 in dienst is en dat haar kansen op ander werk gering zijn. De werkgever had zonder duidelijke aanleiding geprobeerd de arbeidsovereenkomst te beëindigen, wat leidde tot arbeidsongeschiktheid van de werkneemster. De rechtbank concludeerde dat van een onherstelbare verstoorde arbeidsverhouding geen sprake was en dat herplaatsing mogelijk is.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot ontbinding af en veroordeelde de werkgever tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de werkneemster.