In deze zaak vordert een werknemer loonbetaling van zijn werkgever na een betwiste overgang van onderneming. De werknemer is sinds 2010 in dienst en werkt fulltime als steigerbouwer. Sinds 3 juli 2017 is hij arbeidsongeschikt en ontvangt geen loon meer. Werkgever stelt dat per 1 april 2017 een overgang van onderneming heeft plaatsgevonden naar Labourflex B.V. of Grupacon, waardoor de werkgeversverplichtingen zijn overgegaan.
De werknemer betwist de overgang en vordert betaling van loon, vakantiegeld en een vergoeding buitengerechtelijke kosten. Werkgever voert aan dat een wezenlijk deel van het personeel en klantenbestand is overgenomen, maar Labourflex ontkent de overname en stelt dat slechts een beperkt aantal medewerkers een contract heeft aanvaard.
De kantonrechter oordeelt dat in kort geding onvoldoende zekerheid bestaat dat in een bodemprocedure zal worden vastgesteld dat sprake is van overgang van onderneming. De bewijslast ligt bij de werkgever en de feiten en verklaringen zijn tegenstrijdig. Daarom moet werkgever het loon doorbetalen. De loonvordering wordt toegekend, met uitzondering van vakantiebijslag en niet opgenomen vakantiedagen die nog niet opeisbaar zijn. Ook wordt een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en proceskosten toegewezen.