ECLI:NL:GHSHE:2018:1323

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
27 maart 2018
Publicatiedatum
27 maart 2018
Zaaknummer
200.232.165_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 339 lid 2 RvArt. 122 lid 1 RvArt. 8 lid 1 BetVo-IIArt. 8 lid 3 BetVo-IIArt. 9 lid 2 BetVo-II
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep loonvordering werknemer tegen oude werkgever in kort geding

In deze zaak staat een loonvordering van een werknemer tegen zijn voormalige werkgever centraal, behandeld in kort geding. De werknemer betwist de ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens vermeende niet-tijdige betekening van de appeldagvaarding en het ontbreken van een vertaling in de Poolse taal. De werkgever had de dagvaarding conform de Europese Betekeningverordening via de Poolse ontvangende instantie laten betekenen.

Het hof overweegt dat de termijn voor hoger beroep vier weken bedraagt vanaf de datum van het vonnis en dat de betekening volgens Nederlands recht op de verzenddatum door de gerechtsdeurwaarder wordt bepaald. De dagvaarding is tijdig uitgebracht op 22 november 2017, binnen de termijn. Het ontbreken van een Poolse vertaling leidt niet tot niet-ontvankelijkheid omdat de werknemer op tijd bij advocaat is verschenen en geen benadeling in het voeren van verweer heeft gesteld.

Het hof wijst de vordering in het incident af en houdt de beslissing over proceskosten aan tot de einduitspraak. Voor de hoofdzaak wordt een datum voor pleidooi vastgesteld op 4 mei 2018, waarna verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot niet-ontvankelijkheid af en bepaalt een datum voor pleidooi in de hoofdzaak.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.232.165/01
arrest van 27 maart 2018
in de zaak van
Match International B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als Match,
advocaat: mr. A.J. Exterkate te 's-Hertogenbosch,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. R.A. Severijn te Utrecht,
op het bij exploot van dagvaarding van 22 november 2017 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 25 oktober 2017, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen Match als gedaagde en [geïntimeerde] als eiser.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6346949 CV EXPL 17-7282)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep met grieven;
  • de akte incidentele vordering houdende exceptie van niet-ontvankelijkheid;
  • de antwoordconclusie in incident houdende exceptie van niet-ontvankelijkheid;
  • de memorie van antwoord.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3.De beoordeling

In het incident
3.1.
[geïntimeerde] doet er in het incident een beroep op dat de appeldagvaarding nietig is. Hij voert daartoe het volgende aan.
[geïntimeerde] is woonachtig te Polen en is de Nederlandse taal niet machtig. Match heeft de appeldagvaarding conform de EG-Verordening van 13 november 2008, nr. EG 1393/2007 (BetVo-II) gestuurd naar de ontvangende instantie in Polen met het verzoek de dagvaarding aan [geïntimeerde] te laten betekenen. Het is [geïntimeerde] niet bekend op welke datum deze verzending heeft plaatsgevonden en of deze datum ligt binnen de appeltermijn van vier weken.
[geïntimeerde] ontving op 4 december 2017 stukken van de ontvangende instantie, maar heeft deze geweigerd omdat de stukken niet zijn gesteld in de vereiste taal, althans de stukken niet vergezeld zijn gegaan va een vertaling als genoemd in artikel 8 lid Pro 1 a of b BetVo-II.
[geïntimeerde] heeft de stukken op 5 december 2017 retour gezonden aan de ontvangende instantie en heeft hierbij aangegeven dat hij de Poolse taal begrijpt.
Match heeft vervolgens nagelaten om conform artikel 8 lid 3 BetVo Pro-II het verzuim te herstellen. [geïntimeerde] stelt zich dan ook op het standpunt dat Match niet binnen vier weken in appel is gekomen en dat niet is voldaan aan de vereisten die gelden voor grensoverschrijdende betekening. Match dient om deze reden niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3.2.
Match voert verweer tegen de vordering in het incident.
3.3.
Over de vraag of het hoger beroep tijdig is ingesteld overweegt het hof als volg.
Op grond van artikel 339 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedraagt de termijn waarbinnen hoger beroep van een kort geding vonnis kan worden ingesteld vier weken, te rekenen vanaf de dag van het vonnis dan wel de dag van de mondelinge uitspraak.
In de onderhavige zaak dateert het vonnis waarvan beroep van woensdag 25 oktober 2017. De termijn van vier weken begint derhalve op 26 oktober 2017 (als eerste dag) en eindigt aan het eind van de dag op woensdag 22 november 2017 (als achtentwintigste dag), en niet - zoals Match stelt - op 25 november 2017. Bij een grensoverschrijdende betekening wordt op grond van artikel 9 lid 2 BetVo Pro-II de datum van betekening bepaald door het recht van de lidstaat van de aanvrager. Match, gevestigd in Nederland, is de aanvrager zodat de datum van betekening wordt bepaald door het recht van Nederland. Op grond van artikel 56 lid 4 Rv Pro geldt de datum van verzending door de verzendende instantie (i.c. de gerechtsdeurwaarder) als de datum van betekening. Aangezien de appeldagvaarding is uitgebracht op 22 november 2017, is de appeldagvaarding tijdig uitgebracht.
3.4.
Over de niet-ontvankelijkheidsverklaring vanwege het niet in de Poolse taal stellen van de appeldagvaarding overweegt het hof als volgt.
Het hof constateert dat [geïntimeerde] in hoger beroep op de eerst dienende dag bij advocaat is verschenen. Voor zover er sprake is van een gebrek in de dagvaarding, moet dat gebrek daarom ingevolge artikel 122 lid 1 Rv Pro voor gedekt worden gehouden. [geïntimeerde] heeft niet aangevoerd dat hij wordt bemoeilijkt in het voeren van verweer in de hoofdzaak als gevolg van gebreken in de dagvaarding. Het hof is ook niet anderszins gebleken dat [geïntimeerde] door het (vermeende) gebrek onredelijk is benadeeld. [geïntimeerde] heeft zelfs in de hoofdzaak al een memorie van antwoord genomen.
3.4.
Gelet op het voorgaande moet de vordering in het incident worden afgewezen. De beslissing over de proceskosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
In de hoofdzaak
3.5.
Match heeft pleidooi gevraagd. Het hof zal het verzoek om een datum voor pleidooi te bepalen honoreren. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
in het incident:
wijst de vordering af;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
bepaalt dat partijen gelegenheid wordt geboden voor pleidooi;
bepaalt dat daartoe zitting zal worden gehouden op
4 mei 2018 om 11.00 uurin het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en P.P.M. Rousseau en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 maart 2018.
griffier rolraadsheer