Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- verzoekster, bijgestaan door haar advocaat;
- namens verweerster: de heer G. Poddighe, psychiater, en mevrouw J. Roelofs, arts-assistente.
Rechtbank Limburg
Verzoekster, verblijvend in een psychiatrisch ziekenhuis, diende een klacht in over de toepassing van dwangmedicatie en een schorsingsverzoek op grond van de Wet Bopz. Zij stelde dat de aanzeggingen van dwangbehandeling onjuiste einddata bevatten en dat een second opinion ontbrak bij de eerste beslissing. De rechtbank behandelde de klacht en het schorsingsverzoek, maar stelde de beslissing over schadevergoeding uit.
De rechtbank constateerde dat de meldingsformulieren dwangbehandeling op 25 augustus en 19 september 2017 onjuiste einddata vermeldden, in strijd met artikel 38c lid 2 Wet Bopz, en dat de eerste beslissing zonder second opinion was genomen. Dit leidde tot onzekerheid en verwarring bij verzoekster over de duur van de dwangbehandeling, wat haar belangen schaadde.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en verklaarde de klacht gegrond. De beslissingen van 25 augustus en 19 september 2017 werden vernietigd. Het schorsingsverzoek werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Verweerster werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster. De beslissing over de schadevergoeding wordt op een later moment inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Klacht gegrond verklaard, beslissingen dwangbehandeling vernietigd en schorsingsverzoek afgewezen.