Betrokkene verbleef op grond van een voorlopige machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis en kreeg een kennisgeving overhandigd waarin onvrijwillige behandeling met antipsychotica werd aangekondigd, maar zonder vermelding van de einddatum van de dwangbehandeling.
Betrokkene diende een klacht in bij de klachtencommissie en verzocht om schorsing van de dwangbehandeling. De klachtencommissie verklaarde de klacht ongegrond en wees het schorsingsverzoek af, met de overweging dat uit de motivering bleek dat de behandeling maximaal drie maanden zou duren.
De rechtbank Limburg verklaarde de klacht ongegrond en oordeelde dat het ontbreken van de einddatum een formeel gebrek was dat niet leidde tot schending van belangen van betrokkene, omdat zij vanaf het moment van de klachtencommissie op de hoogte was van de maximale duur.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat betrokkene niet in haar belangen is geschaad door het ontbreken van de einddatum in de kennisgeving. De wet vereist een schriftelijke beslissing met vermelding van de duur, mede ter bescherming van de patiënt tegen onrechtmatige inbreuk. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor verdere behandeling, inclusief herbeoordeling van het verzoek om schadevergoeding.