Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
Eisende partij was sinds 1 mei 2013 in dienst bij gedaagde partij en meldde zich in 2015 ziek wegens rugklachten. Na medische behandelingen en re-integratiepogingen ontstond discussie over de geschiktheid voor werk en de doorbetaling van loon tijdens ziekteperiodes. Gedaagde partij schortte de loonbetaling op in afwachting van deskundigenoordelen van het UWV, die de werknemer geschikt achtte voor het werk.
Eisende partij vorderde loonbetaling over twee periodes waarin loon was opgeschort, vermeerderd met vakantiegeld, incassokosten en een schadevergoeding wegens slecht werkgeverschap. Gedaagde partij verweerde zich met het argument dat de werknemer niet ontvankelijk was omdat de wettelijk vereiste deskundigenverklaring ontbrak.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer niet voldeed aan de verplichting tot overlegging van een deskundigenverklaring zoals bedoeld in artikel 7:629a lid 1 BW. De uitzonderingssituaties waren niet van toepassing. De stelling dat de werkgever de verhindering niet betwistte, werd verworpen omdat dit niet leidde tot vrijstelling van de verklaring. De vordering werd daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werknemer wordt niet ontvankelijk verklaard in haar loonvordering wegens het ontbreken van een deskundigenverklaring.