Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de schriftelijke eis in reconventie
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 99,90
- griffierecht 78,00
- salaris gemachtigde 6
Rechtbank Limburg
De kantonrechter behandelde een kort geding waarin de werknemer, voormalig compressieadviseur en vestigingsmanager bij [X] B.V., de schorsing van het concurrentiebeding vorderde. Dit beding verbiedt haar om na beëindiging van het dienstverband binnen 75 kilometer voor concurrerende ondernemingen te werken. De werknemer is per 1 november 2017 in dienst getreden bij een concurrent, OIM Orthopedie.
De werkgever vorderde een verbod op werkzaamheden bij de concurrent en betaling van een voorschot op boetes. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer voldoende spoedeisend belang had en dat het concurrentiebeding waarschijnlijk niet in stand zal blijven, omdat de werkgever onvoldoende concreet aanbod deed om de arbeidsomvang van de werknemer uit te breiden.
De kantonrechter schorst daarom het concurrentiebeding vooruitlopend op de bodemprocedure en wijst de vorderingen van de werkgever af. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechter schorst het concurrentiebeding tot de bodemrechter hierover beslist en wijst de vorderingen van de werkgever af.