Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2017 in de zaken tussen
het college van Gedeputeerde Staten van Limburg, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
ECLI:NL:RVS:2014:1865, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) deze omgevingsvergunning vernietigd omdat de voorschriften over registratie en acceptatie van het innemen van (gevaarlijk) afvalhout niet toereikend waren en omdat een brandveiligheidsrapport opgesteld had moeten worden. Verweerder heeft die gebreken hersteld en op 8 juli 2014 een nieuwe omgevingsvergunning verleend, die niet in rechte is aangevochten.
zaaknrs. 16/3748 en 16/3749)verklaart de rechtbank dan ook niet-ontvankelijk.
ECLI:NL: RVS:2016:737) moet, wil er sprake zijn van belanghebbendheid, aannemelijk zijn dat ter plaatse van de woning of het perceel van de betrokkene gevolgen van enige betekenis kunnen worden ondervonden. In haar uitspraak van 23 augustus 2017 (
ECLI:NL:RVS:2017:2271) heeft de Afdeling een nadere invulling van het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ gegeven en daartoe onder meer overwogen dat uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit (zoals een bestemmingsplan of een vergunning) toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn. Met de betrokkene wordt bedoeld de bewoner of eigenaar of anderszins zakelijk gerechtigde van een perceel, waarop milieugevolgen van enige betekenis van de inrichting kunnen worden ondervonden.
ECLI:NL:RVS:2014:3848) is voorts overwogen dat, wat betreft de toestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°, van de Wabo voor het veranderen van een inrichting, voor de beantwoording van de vraag of het belang van een omwonende rechtstreeks bij dat besluit is betrokken, kan worden aangesloten bij het antwoord op de vraag of ter plaatse van zijn woning milieugevolgen van de inrichting kunnen worden ondervonden. Indien ter plaatse van zijn woning immers milieugevolgen van een inrichting kunnen worden ondervonden, wordt zijn belang mogelijk door het veranderen van die inrichting of van de werking daarvan geschaad.
Beslissing
- verklaart de beroepen van Bakkersland tegen de besluiten op het bezwaar van Hanssen en van [naam 1] niet-ontvankelijk (
- verklaart de overige beroepen gegrond;
- vernietigt de besluiten op de bezwaren van Bakkersland, Hanssen en vergunninghoudster;
- herroept het primaire besluit voor zover daarin de voorschriften 1.6, 1.7 en 1.8 zijn opgenomen en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden besluiten;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334,- aan Bakkersland,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van Bakkersland tot een bedrag van € 2.956,-;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van vergunninghoudster tot een bedrag van € 992,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017.