Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 maart 2017 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het Dagelijks bestuur Kredietbank Limburg, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Fijn dat we elkaar toch weer naderen. Ik vind het prima om de vaststellingsovereenkomst te laten opmaken, met inachtneming van mijn geuite bezwaartjes. Maar je zult begrijpen dat ik deze, vooraleer ik kan tekenen, aan een jurist moet voorleggen.” Ook uit andere correspondentie mocht verweerder afleiden dat eiser juridische bijstand genoot. In de e-mail van 31 maart 2011 schrijft eiser het eens te zijn met de inhoud van de overeenkomst en dat zijn voorgestelde wijzigingen “
overwegend van hoedanigheidsaard zijn.” Vervolgens vindt een gesprek plaats tussen eiser en verweerder en tijdens dit gesprek geeft eiser aan zich niet langer gebonden te voelen aan de afspraken, zoals die op dat moment zijn gemaakt. Hierop stuurt verweerder een brief dat, als eiser niet meewerkt aan een minnelijk traject, tot een einde van de arbeidsovereenkomst via de rechter zal worden gekomen. Dan geeft eiser per
“Ja: bij betrokkene is sprake van combinatie van een biplaire-II stoornis, alcohol- en benzodiazepine-misbruik/afhankelijkheid bij een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en dwangmatige kenmerken; al deze problemen speelden op genoemd moment.”Op de vraag of deze stoornis in de weg heeft gestaan aan het maken van een redelijke waardering van de bij deze rechtshandeling betrokken belangen antwoordt Debije:
“Een bipolaire stoornis gaat gepaard, zowel in de depressieve als de hypomane episodes van betrokkene, met oordeels- en kritiekstoornissen. Het algemeen advies is dan ook om tijdens deze actieve periodes van de stoornis geen belangrijke beslissingen te nemen en deze uit te stellen totdat er zich weer een goede en stabiele periode aandient. Dergelijke periodes hebben zich in de periode in geding bij betrokkene niet of nauwelijks voorgedaan.”Volgens de deskundige is de ondertekening van de overeenkomst niet conform de wil van eiser. Hierover concludeert Debije:
“Enerzijds is deze overeenkomst tot stand gekomen onder invloed van de bovengenoemde factoren, anderzijds voelde hij zich zwaar onder druk staan en vreesde hij voor zijn gezondheid door het vooruitzicht van een eindeloze procedure, indien hij niet zou tekenen.”
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2017.