ECLI:NL:RBLIM:2017:2568
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen transitievergoeding bij niet-voortzetting dienstverband op initiatief werknemer
De zaak betreft een verzoek van een werkneemster, die bij AB Werkt IV in dienst was als agrarisch medewerkster, tot betaling van een transitievergoeding. De arbeidsovereenkomst was voor bepaalde tijd en eindigde na afloop van een project op 16 oktober 2016. De werkneemster stelde dat het dienstverband niet op haar initiatief, maar op dat van de werkgever niet was voortgezet, waardoor zij recht zou hebben op een transitievergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat de werkgever aansluitend aan de werkzaamheden een aanbod tot voortzetting van het dienstverband heeft gedaan voor oogstwerkzaamheden, maar dat de werkneemster dit aanbod heeft afgewezen. De werkneemster voerde ter zitting aan dat zij dit deed vanwege rugklachten, maar deze stelling werd niet aannemelijk gemaakt en niet ondersteund door medische stukken of ziekmeldingen.
Op grond van artikel 7:673 lid 1 BW Pro en de toepasselijke CAO is de werkgever alleen een transitievergoeding verschuldigd indien het dienstverband op initiatief van de werkgever niet wordt voortgezet. Nu de werkneemster zelf het aanbod tot voortzetting heeft afgewezen, is geen transitievergoeding verschuldigd. Ook is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de werkneemster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot betaling van de transitievergoeding wordt afgewezen omdat het dienstverband niet op initiatief van de werkgever is beëindigd.