Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
verwerende partij in het verzoek.
1.De procedure
2.De feiten
omdat er nog geen diagnose lijkt te zijn als het gaat om de psychische belastbaarheid, adviseer ik een expertise / verwijzing. HSK is aan te bevelen.
verslag na overleg met de curatieve sector” van 6 augustus 2015 als prognose vast: “
op mijn vraag of op langere termijn het werken met de doelgroep binnen de forensische psychiatrie nog gewenst is, bij de gestelde diagnose en na (succesvolle) behandeling, kon op dit moment nog geen antwoord gegeven worden. Dit zal op basis van de uitslag van het onderzoek, behandeling en (op mijn verzoek) aanvullend overleg met de specialist geduid worden. Over de lange termijn prognose is derhalve nu met zekerheid nog geen uitspraak te doen.”
werknemer de komende 26 weken zal herstellen voor de bedongen arbeid”.
verslag na overleg met de curatieve sector” van
Er zijn uitslagen bekend van uitgevoerde onderzoeken. Deze uitslagen in combinatie met de huidige achteruitgang resulteren in nieuw intern overleg en afspraken met behandelaar en specialist waarin type en start van behandeling nog overwogen zullen worden. Medio oktober zal hier meer bekend zijn”.
Uit de door u overgelegde stukken van de bedrijfsarts en het arbeidsdeskundige onderzoek blijkt dat werknemer momenteel niet geschikt is voor de eigen werkzaamheden. Uit het deskundigenadvies blijkt echter dat het aannemelijk is dat deze situatie in de komende 26 weken zal wijzigen en werknemer het eigen werk binnen 26 weken weer kan verrichten.
Behandeling lijkt een belangrijke voorwaarde om tot herstel en re-integratie te komen. Ik verwacht de komende periode dan ook geen mogelijkheden en adviseer een evaluatie te plannen wanneer de nog te straten behandeling ver gevorderd is en leidt tot toegenomen belastbaarheid(..)”.
contact: telefonische evaluatie(s), overleg curatieve sector
Behandeling blijft een belangrijke voorwaarde om tot herstel en re-integratie te komen. Ik verwacht geen mogelijkheden voor terugkeer in eigen werk binnen het komende half jaar, gezien de huidige medische situatie, belastbaarheid en nog te volgen behandeling. Aanvullend verwijs is naar mijn eerder oordeel in april/mei 2015. Destijds was mijn verwachting, dat zij ook niet binnen een half jaar voldoende zou kunnen herstellen. Dit blijkt nu uit de verstreken tijd, waarbij er nog geen verbetering is van ziekte (gestelde diagnosen) en belastbaarheid. Er blijven ernstige bepekringen in psychische belastbaarheid en persoonlijk functioneren. Indien medische toelichting gewenst is, kan overleg met mij volgen, of kan ik de medische correspondentie verstrekken.”.
nog niet te duiden”.
ik heb (..) begrepen dat het UWV nog een aanvullende toelichting wenst op mijn eerder opgestelde oordeel of dat er enige onduidelijk is ontstaan over de opgestelde rapportages en in het bijzonder rondom de prognose richting herstel. (..)
uit de stukken blijkt dat u op zoek bent gegaan naar mogelijkheden voor aangepast werk binnen uw bedrijf, echter u bent er niet in geslaagd werknemer te laten hervatten in de aangepaste eigen werkzaamheden. Via de ingebrachte documenten van de arbeidsdeskundige en bedrijfsarts heeft u aangetoond dat de arbeidsongeschiktheid van werknemer langdurig is en naar verwachting niet zal wijzigen binnen een redelijke termijn. Wij vinden dat u aannemelijk heeft gemaakt dat werknemer binnen 26 weken niet zal herstellen voor het eigen werk. Tevens vinden wij dat u aannemelijk heeft gemaakt dat werknemer binnen 26 weken haar eigen werk niet in aangepaste vorm kan verrichten. Het verweer van uw werknemer hierover brengt ons niet tot een ander oordeel omdat werknemer het door u gestelde niet heeft kunnen weerleggen”.
uit de stukken blijkt, dat u in afstemming met de arbeidsdeskundige en bedrijfsarts de re-integratiemogelijkheden binnen uw onderneming voldoende heeft onderzocht. Gezien de grenzen in de belastbaarheid van werknemer en rekening houdend met de beschikbare functies, is iedere mogelijkheid tot herplaatsing van werknemer in een aangepaste dan wel andere passende functie, al dan niet met scholing, onhaalbaar gebleken.
3.Het geschil
4.De beoordeling
de wettelijke vakantie-urengaan beide partijen uit van een opbouw van 144 uren per jaar, zijnde 12 uren per maand, ook tijdens ziekte c.q arbeidsongeschiktheid. Beide zijn het er ook over eens dat er op 1 januari 2013 geen sprake was van openstaande wettelijke vakantie-uren.
voor elke kalendermaand waarin de werknemer in dienst is of zal zijn, bedraagt het aantal vakantie-uren 1/12e deel van het voor hem geldende aantal uren per kalenderjaar”.
gedurende de volledige overeengekomen arbeidsduur recht op loon heeft gehad”. Daarmee is de opbouw van vakantie-uren uitdrukkelijk gekoppeld aan de verplichting om loon te betalen. Dat voornoemde cao-bepaling hiervan uitdrukkelijk afwijkt door een werknemer die geen recht meer op loon heeft vanwege een ziekte die langer dan twee jaar duurt, wel nog recht op vakantie te laten hebben, is naar het oordeel van de kantonrechter een te ruime uitleg van deze bepaling, waarin de kantonrechter niet zal meegaan, mede gelet op het feit dat [werkneemster] haar standpunt niet verder heeft onderbouwd. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat [werkneemster] nog rechten op vakantie heeft opgebouwd tot en met 4 april 2015, de door [werkneemster] onbetwist gelaten datum waarop de loondoorbetalingsverplichting van De Rooyse Wissel is gestopt, hetgeen inhoudt dat over de periode 1 januari 2015 tot en met 4 april 2015 37,56 uren wettelijke vakantie-uren zijn opgebouwd ( 3,13 maand x 12 maand).
zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is verworven, tenzij de werknemer tot aan dat tijdstip redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen”. Is dat laatste het geval dan verjaren deze uren pas na vijf jaar conform artikel 7:642 BW Pro. [werkneemster] stelt dat dat laatste het geval is voor de uren van 2013 en 2014. De Rooyse Wissel gaat uit voor alle wettelijke vakantie-uren uit van de verjaringstermijn van een half jaar.
bovenwettelijke vakantie-urenzijn partijen het erover eens dat er normaliter 22 uren per jaar opgebouwd worden, en dat deze uren, indien sprake is van arbeidsongeschiktheid, alleen opgebouwd worden over het laatste half jaar hiervan, in casu de periode van 1 februari 2016 tot 1 augustus 2016, zijnde in totaal 11 uren. Partijen zijn het er ook over eens dat er geen sprake is van het verjaard zijn daarvan, evenals dat er op 1 januari 2013 nog 63 uren van vorig jaar open stonden.
€ 500,00(2,5 punten x € 200,00 tarief)