Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2017 in de zaak tussen
[bedrijf], te [vestigingsplaats] eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2017.
Rechtbank Limburg
Eiseres, eigenaar van een garagebedrijf, diende een brief in bij het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas met het verzoek om planologische medewerking voor detailhandel in haar pand. Verweerder beschouwde dit als een principeverzoek en gaf aan dat een formele aanvraag nodig was voor een besluit waarop bezwaar mogelijk is.
Eiseres stelde dat haar brief een aanvraag om een omgevingsvergunning was en dat bij het uitblijven van tijdige besluitvorming de vergunning van rechtswege was verleend. Verweerder nam het verzoek in behandeling als aanvraag, vroeg om aanvullende onderbouwing en stelde de behandeling opgeschort.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 1 augustus 2016, gelet op de context en aanhef, geen voldoende concreet verzoek tot het nemen van een besluit bevatte en daarmee geen aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was. Hierdoor was er geen sprake van het niet tijdig beslissen op een aanvraag en kon ook geen vergunning van rechtswege worden aangenomen.
Het beroep van eiseres werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.