Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2017:544

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
20 januari 2017
Publicatiedatum
20 januari 2017
Zaaknummer
AWB - 15 _ 3736u
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.1.1 Wmo 2015Art. 2.1.4 Wmo 2015Art. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit en toekenning huishoudelijke hulp wegens ontoereikend onderzoek en onjuiste toepassing Wmo 2015

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente Landgraaf inzake haar indicatie voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015. De rechtbank stelt vast dat verweerder het onderzoek heeft beperkt tot de vraag of eiseres de regie over het huishouden kan voeren, zonder te onderzoeken of de algemene voorziening van drie uur toereikend is gezien haar persoonlijke omstandigheden.

De rechtbank oordeelt dat de algemene voorziening zoals aangeboden door de gemeente niet voldoet aan de eisen van de Wmo 2015, omdat er geen contracten met zorgorganisaties zijn die deze voorziening garanderen en de bijdrage niet in een verordening is vastgesteld. Tevens is niet onderzocht of de financiële lasten voor eiseres haalbaar zijn.

Gelet op deze tekortkomingen verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen waarbij eiseres recht krijgt op 4 uur en 40 minuten huishoudelijke hulp via een persoonsgebonden budget en 1 uur strijkservice in natura, vanaf de datum van uitspraak tot zes weken na de nieuwe beslissing.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en voorlopige voorzieningen toegekend voor huishoudelijke hulp.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB/ROE 15/3736

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van

17 januari 2017 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. S.J.O. Dijkstra),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf, verweerder
(gemachtigde: [naam]).

Procesverloop

Bij besluit van 4 mei 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder ten aanzien van eiseres een beslissing genomen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
Bij besluit van 10 november 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2017.
Eiseres is verschenen, bijgestaan door mr. Van Dijk, vervanger van haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
  • treft een voorlopige voorziening, inhoudende de toekenning aan eiseres van vier uur en veertig minuten per week hulp bij het huishouden, te verstrekken in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) en één uur per week strijkservice, te verstrekken in natura, en bepaalt dat deze voorzieningen door verweerder dienen te worden verstrekt vanaf de datum van de uitspraak tot zes weken na de datum van de nieuwe beslissing op bezwaar;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,- aan eiseres te vergoeden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 990,-.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak van 30 november 2016 in een vergelijkbare zaak (met kenmerk ECLI:NL:RBLIM:2016:10305) waarin zij heeft overwogen dat het voeren van een gestructureerd huishouden als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wmo 2015 mede de zorg voor het schoon en op orde houden van het huishouden, alsmede de zorg voor het kunnen beschikken over schoon beddengoed en schone kleding omvat. Een gemeente kan ervoor kiezen om huishoudelijke verzorging aan te bieden in de vorm van een algemene voorziening, die als basisvoorziening voorliggend kan zijn op een eventueel in aanvulling daarop te verstrekken maatwerkvoorziening, indien deze noodzakelijk is voor de zelfredzaamheid van de betrokken cliënt (zie rechtsoverweging 4.5.3 van de uitspraak van de CRvB 18 mei 2016 met kenmerk ECLI:NL:CRVB:2016:1404).
3. Het standpunt van verweerder dat het bij het voeren van een gestructureerd huishouden gaat om het voeren van de regie over het huishouden in de zin van het aansturen en organiseren van het huishouden en niet om de vraag of die werkzaamheden door de betrokkene zelf kunnen worden verricht, kan gelet op de uitspraken van de CRvB van 18 mei 2016 met kenmerken (ECLI:NL:CRVB:2016:1402 en ECLI:NL:CRVB:2016:1403) niet voor juist worden gehouden. Door de voorwaarde te stellen dat alleen bij regieverlies over het huishouden een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden kan worden verstrekt legt verweerder het begrip ‘voeren van een gestructureerd huishouden’ te beperkt uit. De rechtbank stelt vast dat verweerder het onderzoek in het kader van de herindicatie voor huishoudelijke hulp heeft beperkt tot de vraag of eiseres de regie over het huishouden kan voeren. Verweerder heeft niet onderzocht of de (maximaal toe te kennen) drie uur van de algemene voorziening (mede gelet op het feit dat ook de echtgenoot van eiseres inmiddels in een rolstoel zit en eiseres last heeft van chronische diarree als gevolg waarvan badkamer en toilet veelvuldig gereinigd dienen te worden) toereikend zijn of moeten worden uitgebreid met een maatwerkvoorziening. Gelet hierop is het onderzoek van verweerder ontoereikend geweest.
4. Daarnaast is de rechtbank - gelet op hetgeen de CRVB heeft overwogen in zijn uitspraak van 18 mei 2016 met kenmerk ECLI:NL:CRVB:2016:1404 - van oordeel dat de algemene voorziening zoals deze door de gemeente Landgraaf wordt aangeboden niet kan worden aangemerkt als een algemene voorziening in de zin van de Wmo 2015. Allereerst is niet gebleken van een of meer contracten met een of meer zorgorganisaties waarin deze zich jegens het college hebben verbonden om een algemene voorziening ‘schoonmaken huis’ te leveren en wat daarvan de kosten zijn. De enige overeenkomst die namens verweerder (ter zitting) is overgelegd betreft een Overeenkomst inzake de aanbesteding Zorgleverancier Hulp bij het huishouden van 20 december 2012 tussen de gemeenten Brunssum, Heerlen, Landgraaf, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal. Deze overeenkomst is gelet op de datum en inhoud echter geen overeenkomst als hiervoor bedoeld. Verder is niet gebleken dat verweerder, zoals op grond van artikel 2.1.4 van de Wmo 2015 vereist wordt, de hoogte van de bijdrage die een cliënt verschuldigd is in de kosten van een algemene voorziening heeft vastgelegd in een verordening. Delegatie daarvan aan het college is niet toegestaan. Door verweerder is tot slot ook niet onderzocht of de algemene voorziening voor eiseres, die naast de eigen bijdrage van € 5,- per uur voor hulp bij het huishouden, ook maandelijks een eigen bijdrage van € 319,- in verband met een woningaanpassing dient te voldoen, financieel haalbaar is.
5. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd.
6. De rechtbank ziet met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en zoekt daarbij aansluiting bij de eerdere indicatie van vier uur en veertig minuten huishoudelijke hulp, te verstrekken in de vorm van een pgb en één uur strijkservice, te verstrekken in natura. De rechtbank ziet geen aanleiding om over te gaan tot toekenning van vijf of zes uur huishoudelijke hulp, zoals ter zitting is gevraagd, omdat verweerder met betrekking tot de noodzaak daarvan eerst onderzoek zal moeten verrichten.
De voorzieningen dienen door verweerder te worden verstrekt vanaf de datum uitspraak tot zes weken na de datum van de nieuwe beslissing op bezwaar.
7. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 990,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1).
Waarvan door de griffier is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is ondertekend.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op: 20 januari 2017

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.