Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente Landgraaf inzake haar indicatie voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015. De rechtbank stelt vast dat verweerder het onderzoek heeft beperkt tot de vraag of eiseres de regie over het huishouden kan voeren, zonder te onderzoeken of de algemene voorziening van drie uur toereikend is gezien haar persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de algemene voorziening zoals aangeboden door de gemeente niet voldoet aan de eisen van de Wmo 2015, omdat er geen contracten met zorgorganisaties zijn die deze voorziening garanderen en de bijdrage niet in een verordening is vastgesteld. Tevens is niet onderzocht of de financiële lasten voor eiseres haalbaar zijn.
Gelet op deze tekortkomingen verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen waarbij eiseres recht krijgt op 4 uur en 40 minuten huishoudelijke hulp via een persoonsgebonden budget en 1 uur strijkservice in natura, vanaf de datum van uitspraak tot zes weken na de nieuwe beslissing.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.