ECLI:NL:CRVB:2016:1404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over recht op huishoudelijke hulp onder overgangsrecht Wmo 2015
Betrokkene, geboren in 1928 en met lichamelijke beperkingen, had onder de oude Wmo recht op twee uur huishoudelijke hulp per week tot 20 december 2017. De gemeente Aa en Hunze trok deze hulp per 31 december 2014 in vanwege de invoering van de Wmo 2015, waarbij huishoudelijke hulp als algemene voorziening werd aangeboden. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze intrekking.
Na onderzoek concludeerde de gemeente dat betrokkene voldoende zelfredzaam was en verwees naar de algemene voorziening 'schoonmaken huis'. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het overgangsrecht van artikel 8.9 Wmo 2015 het oude recht beschermt. De gemeente ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het primaire besluit van 2014 geen wettelijke grondslag had, maar dat dit in het bestreden besluit van 2015 was hersteld. Het overgangsrecht houdt in dat aanspraken onder de oude Wmo blijven gelden totdat deze op grond van de Wmo 2015 worden gewijzigd of beëindigd. De Raad stelde vast dat de gemeente geen algemene voorziening conform de Wmo 2015 had ingericht, omdat cliënten rechtstreeks bij zorgaanbieders tegen volle tarieven betalen zonder contractuele afspraken met de gemeente.
Daarom is betrokkene aangewezen op een maatwerkvoorziening en dient de huishoudelijke hulp van twee uur per week te worden voortgezet tot 20 december 2017. Het verzoek om schadevergoeding wordt heropend voor nadere specificatie. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de gemeente opdroeg opnieuw op bezwaar te beslissen, maar bevestigd voor het overige.
Uitkomst: De huishoudelijke hulp van twee uur per week wordt voortgezet tot 20 december 2017 omdat de gemeente geen passende algemene voorziening heeft geboden.