Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift van 15 maart 2017 en de veertien door [verzoekster] ingezonden bijlagen
- het verweerschrift met twee bijlagen
- de mondelinge behandeling op 23 mei 2017.
Rechtbank Limburg
Verzoekster heeft sinds 4 december 2008 met tussenpozen uitzendovereenkomsten gesloten met Wiertz Personeelsdiensten II B.V. De laatste overeenkomst eindigde op 16 december 2016. Partijen hebben overleg gevoerd over het sluiten van een nieuwe overeenkomst, waarbij Wiertz een aanbod deed onder voorwaarden die verzoekster niet accepteerde.
De kantonrechter stelt vast dat Wiertz de overeenkomst niet heeft opgezegd en dat het aanbod tot voortzetting van de overeenkomst door Wiertz is gedaan. Verzoekster heeft dit aanbod niet aanvaard, mede omdat zij dezelfde arbeidsvoorwaarden wilde behouden. De kantonrechter oordeelt dat het niet voortzetten van de overeenkomst na het einde van rechtswege op initiatief van verzoekster is gebeurd.
Op grond hiervan bestaat geen recht op transitievergoeding volgens artikel 7:673 lid 1 sub a sub Pro 3 BW en de cao-bepalingen. Het verzoek tot toekenning van transitievergoeding wordt afgewezen en verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot toekenning van transitievergoeding wordt afgewezen omdat het niet voortzetten van de uitzendovereenkomst op initiatief van de werknemer was.