De werknemer was sinds 2005 in dienst van Patisserie Lemmens B.V. als banketbakker en werd op 15 februari 2017 op staande voet ontslagen wegens het herhaaldelijk meenemen van bakkerijproducten zonder deze te betalen of te verantwoorden. De werkgever baseerde dit op camerabeelden en interne regels die het meenemen zonder betaling verbieden.
De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat het niet onverwijld was gegeven en dat persoonlijke omstandigheden zoals ziekte en schulden de gedragingen verklaren. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onverwijld en zorgvuldig was gegeven, gezien het onderzoek en de omstandigheden.
De kantonrechter achtte het meenemen van producten zonder betaling een dringende reden die een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer stonden hier niet aan in de weg. Verzoeken tot vernietiging van het ontslag, betaling van transitievergoeding, billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging werden afgewezen.
Ook het verzoek tot vernietiging van het concurrentiebeding werd afgewezen omdat het beding redelijk was in duur en geografische reikwijdte, en het belang van de werkgever bij bescherming van bedrijfskennis zwaarder woog dan het belang van de werknemer.
De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Het tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd niet inhoudelijk behandeld omdat het ontslag op staande voet standhield.