Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam 2], verzoeker 2, te Voerendaal, hierna tezamen te noemen: verzoekers
Rechtbank Limburg
Verzoekers huurden woonwagenstandplaatsen van de gemeente, maar na ontbinding van de huurovereenkomst moesten zij het perceel ontruimen. Zij verplaatsten hun chalets naar een naastgelegen bedrijfsperceel, dat zij in eigendom hebben, zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan. Verweerder legde een last onder bestuursdwang op om de chalets te verwijderen en te verplaatsen naar een legale locatie.
Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de chalets als bouwwerken zijn aan te merken en dat het plaatsen zonder vergunning en in strijd met het bestemmingsplan onrechtmatig is. Verweerder was bevoegd tot handhaving en er bestond geen concreet zicht op legalisatie. De belangenafweging wees uit dat handhaving niet onevenredig is, ondanks de financiële en woonruimteproblemen van verzoekers.
De voorzieningenrechter nam mee dat de chalets demontabel zijn en binnen de gestelde termijn verwijderd kunnen worden. Ook het feit dat verzoekers geen woonruimte hebben, is geen gevolg van het bestuursdwangbesluit maar van eerdere civielrechtelijke en bestuursrechtelijke besluiten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang voor het verwijderen van de chalets wordt afgewezen.