Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- “hij heeft me 1 keer gevraagd of hij mijn neef erbij kon halen. Mijn neef bleef slapen en toen zei hij: "Haal je neef erbij. "Hij zei: "Wat is dit?" En toen zei [verdachte] : "Doe je broek uit." Hij zei dat op een harde manier. Die neef is [getuige 3] .”
- “Toen begon hij mij af te trekken en toen moest ik mijn neef gaan halen
.”
.Zijn broek werd van te voren afgedaan, net zoals
bij mij.”
- “Ja, toen pakte hij mijn piemel vast in mijn broek. Toen kneep [verdachte] in mijn piemel.”
- “ [verdachte] pakte mijn piemel bloot vast. Dat voelde ik. [verdachte] ging ook mijn onderbroek in.
- “ [verdachte] pakte mijn hand vast, dus mijn hand zat op de blote piemel van [verdachte] . Hij ging op en neer met zijn hand en ging mijn hand ook op en neer. Maar dat wilde ik niet.”
- “ [verdachte] en [slachtoffer 1] deden allebei aan hun eigen piemel trekken. En [verdachte] zei tegen mij: “Doe dat ook bij jezelf (….)”.
- ”Eerst deden [verdachte] en [slachtoffer 1] het masturberen bij zichzelf. En daarna pakte [verdachte] de piemel van [slachtoffer 1] vast en ging er mee op en neer en ging ermee spelen. En toen pakte [slachtoffer 1] bij hem, bij [verdachte] , zijn piemel vast en moest eraan zitten.”
- “Ik weet nog iets. Toen [verdachte] dat deed kwam er sperma vrij, bij [verdachte] . En toen moest ik een handdoek halen. Er kwam sperma uit die piemel, dat is toch logisch. [verdachte] spoot en ik zat op een afstand. Ik zat niet de hele tijd te kijken. Toen was [verdachte] klaar en moest ik die handdoek halen. Trouwens [verdachte] was niet naakt, hij had zijn kleren nog aan. Het sperma kwam op zijn bed en op zijn buik. Het sperma kwam niet op mij”
- “Ik vroeg iedere keer aan [slachtoffer 1] of hij buiten kwam spelen, maar [verdachte] wilde de hele tijd dat [slachtoffer 1] dit deed, met [verdachte] blijven spelen met de piemels.”
- “Dat was een andere dag, daarna dan dat ik bij [slachtoffer 1] had gelogeerd. Toen vertelde
- [slachtoffer 1] mij wat [verdachte] allemaal bij hem had gedaan en dat [slachtoffer 1] mij uitlegde waarom hij dat deed bij [verdachte] , omdat [verdachte] hem met een mes had gedreigd en dat [verdachte] [slachtoffer 1] zou steken.”
steunbewijshoeft, zo volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, bij zedenzaken niet per definitie te zien op de ontuchtige handelingen zelf, maar kan ook betrekking hebben op de context, oftewel de omstandigheden, waaronder deze werden verricht (HR 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BS7910, HR 10 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1354 en HR 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:217).
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 2 tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
- wijst de vordering van de benadeelde partij, [aangeefster] , wonende te Kerkrade, als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1] , gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van € 2.570,96 (zegge: tweeduizendvijfhonderdzeventig euro en zesennegentig eurocent, bestaande uit € 70,96 euro (zegge: zeventig euro en zesennegentig eurocent) aan materiële schade en € 2.500,00(zegge: tweeduizendvijfhonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij, [aangeefster] , als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 2.570,96 (zegge: tweeduizendvijfhonderdzeventig euro en zesennegentig eurocent), te vermeerderen met de hiervoor genoemde wettelijke rente vanaf 10 januari 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.