ECLI:NL:RBLIM:2018:9890
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sluitingsbesluit uitgaansgelegenheid wegens onvoldoende motivering sluitingsduur
De burgemeester van Heerlen heeft de uitgaansgelegenheid "[uitgaansgelegenheid 1]" gesloten voor de duur van twaalf maanden op grond van een steekincident met verwonding dat op 7 mei 2017 plaatsvond. Dit besluit werd genomen op basis van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen, waarbij ook het horecasanctiebeleid werd toegepast dat sluiting tot maximaal 12 maanden toestaat bij ernstige incidenten.
Eiseres, exploitant van de uitgaansgelegenheid, voerde aan dat het incident niet als steekincident kon worden gekwalificeerd en dat de sluiting disproportioneel was, mede vanwege de financiële gevolgen en het feit dat zij personeel moest ontslaan. De rechtbank oordeelde dat de processen-verbaal en politiegegevens betrouwbaar zijn en dat het steekincident met verwonding voldoende vaststaat, waardoor de burgemeester bevoegd was tot sluiting.
De rechtbank stelde echter vast dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een sluiting van twaalf maanden noodzakelijk was en waarom een kortere duur niet volstond. Het horecasanctiebeleid laat een keuze in de sluitingsduur toe, maar de motivering voor de maximale duur ontbrak. Daarom werd het besluit gedeeltelijk vernietigd en werd de burgemeester opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Het primaire besluit werd niet herroepen, waardoor de kosten voor bezwaar niet werden vergoed. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg op 16 oktober 2018.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de uitgaansgelegenheid wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende motivering van de maximale sluitingsduur van twaalf maanden.