ECLI:NL:RBLIM:2019:3471
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen schorsing procescertificaat asbestsanering wegens niet-naleving Arboregeling
Eiseres, een asbestsaneringsbedrijf, voerde werkzaamheden uit volgens een dNAA-protocol in risicoklasse 1, terwijl de werkzaamheden volgens een asbestinventarisatiebedrijf in risicoklasse 2 respectievelijk 2A vielen. Hierdoor werden voorschriften uit de Arboregeling niet nageleefd, zoals het ontbreken van een eindbeoordeling door een geaccrediteerde inspectie-instelling en het niet opnemen van containment in het werkplan.
Verweerder, de certificerende instelling, schorste het procescertificaat eerst voorwaardelijk en later onvoorwaardelijk voor 30 dagen. Eiseres stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de werkgever weliswaar verantwoordelijk is voor de veiligheid en gezondheid van werknemers, maar dat voor asbestwerkzaamheden een dwingendrechtelijke verplichting geldt om risico’s te laten inventariseren door een asbestinventarisatiebedrijf.
De voorzieningenrechter verwierp het standpunt van eiseres dat het dNAA-protocol een uitzondering vormt op de regelgeving en dat de Arboregeling kennelijk onredelijk zou zijn. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden. Beschuldigingen van vooringenomenheid werden ongegrond verklaard. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van het procescertificaat wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.