Uitspraak
8.Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt.
13.De rechtbank overweegt als volgt.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiseres, werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, raakte in 2014 twee keer geblesseerd: op 29 april tijdens een training en op 4 oktober tijdens een teamuitje. Zij verzocht de Minister van Justitie en Veiligheid om deze ongevallen aan te merken als dienstongeval of beroepsincident. De minister kwalificeerde het eerste ongeval als dienstongeval maar niet als beroepsincident, en het tweede ongeval werd niet als dienstongeval erkend.
Eiseres diende bezwaren in tegen deze kwalificaties, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij de gronden niet tijdig had ingediend. De minister stelde dat de brieven geen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn, omdat ze geen publiekrechtelijke rechtshandelingen met rechtsgevolg bevatten.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, verwijzend naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin is vastgesteld dat een enkele verklaring voor recht over de kwalificatie van een ongeval geen besluit is, tenzij het gaat om een beslissing die aanspraak op vergoeding van medische kosten inhoudt. Omdat eiseres niet om vergoeding had verzocht, waren de brieven geen besluiten en waren haar bezwaren terecht niet-ontvankelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard.
De rechtbank adviseerde eiseres bij schade alsnog een verzoek tot vergoeding in te dienen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat de brieven geen besluiten zijn in de zin van de Awb.