Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
verwerende partij in het verzoek.
Rechtbank Limburg
De stichting Onderwijs Midden-Limburg (SOML) verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een leraar op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding). De leraar was meerdere malen geschorst naar aanleiding van aangiften en klachten over grensoverschrijdend gedrag, maar het strafrechtelijk onderzoek werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.
SOML stelde dat het vertrouwen in de werknemer was geschaad en dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet mogelijk was. De kantonrechter oordeelde echter dat geen sprake was van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat ontbinding gerechtvaardigd was. De eerdere schorsingen en het strafrechtelijk traject leidden niet tot voldoende zwaarwegende omstandigheden.
Het ontbindingsverzoek werd daarom afgewezen. De werknemer vorderde loon over een periode waarin SOML een korting toepaste op het BAPO-verlof. De kantonrechter oordeelde dat deze korting onterecht was en veroordeelde SOML tot betaling van het loonbedrag met wettelijke rente en verhoging.
SOML werd tevens veroordeeld in de proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon aan de werknemer.