Uitspraak
RECHTBANK limburg
[Naam 1], verzoeker
de burgemeester van de gemeente Roermond, de burgemeester
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
De burgemeester van Roermond heeft aan verzoeker een gebiedsverbod opgelegd voor de bebouwde kom van Roermond voor de duur van drie maanden, vanwege ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde. Verzoeker, die slachtoffer is van een poging tot liquidatie en ernstig is bedreigd vanuit het criminele milieu, heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat aan de formele vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening is voldaan en dat sprake is van spoedeisend belang. De toetsing richtte zich op de bevoegdheid van de burgemeester om het gebiedsverbod op te leggen op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet en de redelijkheid van het besluit.
De rechter oordeelt dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft gesteld dat ernstige vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde, gelet op de bestuurlijke rapportages over de dreiging en eerdere incidenten. Ook is voldoende gemotiveerd waarom het gebiedsverbod voor de gehele bebouwde kom en voor drie maanden noodzakelijk is, waarbij het belang van bescherming van de openbare orde zwaarder weegt dan het belang van verzoeker.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af en verwacht dat het bezwaar tegen het gebiedsverbod stand zal houden. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebiedsverbod wordt afgewezen omdat de burgemeester bevoegd was en het besluit in redelijkheid kon nemen.