Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Procesverloop
16 december 2016. Voor het geval dit bevel geen stand houdt, beveelt verweerder verzoeker hetzelfde, maar dan alleen gedurende de nachtelijke uren (namelijk van 23:00 uur in de avond tot 7:00 uur de volgende ochtend).
Overwegingen
Op 8 december 2016 heeft de politie Oost-Brabant opnieuw een bestuurlijke rapportage opgemaakt, waarin onder verwijzing naar de inhoud van de eerdere bestuurlijke rapportage onder meer is vermeld dat alle gronden die geleid hebben tot het opleggen van het eerste gebiedsverbod nog steeds aanwezig zijn. Ook is hierin vermeld dat verzoeker zich weer wil vestigen op zijn woonadres en dat het strafrechtelijk onderzoek naar de liquidatiepoging tot stilstand is gekomen vanwege het ontbreken van nieuwe aanknopingspunten die verzoeker ook zelf niet geeft. De rapportage vermeldt verder dat verzoeker een zogenoemd “zwacri subject” is, dat hij geen dan wel onvoldoende openheid van zaken geeft als het gaat om zijn positie en rol in het criminele circuit en dat aannemelijk is dat de eerdere liquidatiepogingen te maken hebben met de zware criminaliteit. In deze rapportage wordt geconcludeerd dat een ernstige vrees voor verzoekers veiligheid en de veiligheid van mogelijke andere personen die in zijn pand verblijven, omwonenden en voorbijgangers bestaat als verzoeker na beëindiging van het gebiedsverbod, weer verblijft in zijn woning, dan wel in de directe nabijheid daarvan.
Beslissing
26 januari 2017.