Uitspraak
Parkstad Logistics Group B.V.,
9.De procedure
- het tussenvonnis van 2 januari 2019,
- de door de curator genomen akte opgave getuigen en verhinderdata en overlegging producties met de producties 110 tot en met 121;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 9 mei 2019, waaruit blijkt dat vier getuigen zijn verhoord;
- de conclusie na enquête van de curator;
- de conclusie na enquête van [gedaagde] , waarbij de producties 17 en 18 zijn overgelegd;
- het proces-verbaal van de op 1 november 2019 gehouden pleidooizitting, waarbij [gedaagde] pleitnotities heeft voorgedragen en overgelegd en de curator een pleitnota heeft voorgedragen en overgelegd.
10.De verdere beoordeling
1. Rate RLT und PWEW werden am 11.10.10 bezahlt, Rate RLT durch Herrn [gedaagde] privat, Rate PWEW durch RLT”). Uit de net geciteerde getuigenverklaring van [getuige 1] blijkt juist niet dat [gedaagde] in persoon de betreffende betaling heeft toegezegd. [getuige 1] verklaart immers expliciet dat [gedaagde] in hoedanigheid van DGA heeft verzekerd dat het Entgeld zou worden betaald. Dat [gedaagde] dit als natuurlijke persoon zou doen, heeft [getuige 1] juist niet gezegd. Bij gebreke van andere bewijsmiddelen is de curator er niet in geslaagd om dit deel van de bewijsopdracht te bewijzen.
[gedaagde] heeft tijdens die gesprekken meermalen in hoedanigheid van DGA van TN en WN verzekerd dat de Erbpacht en entgelden betaald zouden worden. Ik herhaal dat hij dat gedaan heeft als zodanig en daar bedoel ik dus mee dat hij toen aan de onderhandelingstafel zat als DGA van TN en WN. (…)”.
- de jaarrekeningen, twee maal;
- het subsidieverwijt;
- het niet tijdig meedelen van de gestolen buizen claim van RS;
- het verzwijgen dat PWEW hypothecaire zekerheid had verstrekt aan WSD voor de terug te betalen subsidie.