ECLI:NL:RBLIM:2020:1917
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs witwassen en valsheid notariële akte vastgoedtransactie
De rechtbank Limburg behandelde de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen en het valselijk opmaken van een notariële akte in verband met een vastgoedtransactie in Kerkrade. Na een langdurig onderzoek en meerdere zittingen sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De zaak betrof een pand waarvan de koopprijs in de notariële akte lager was vermeld dan de werkelijke prijs, waarbij een deel contant en buiten de notaris om zou zijn betaald. Verdachte was echter niet aanwezig bij de onderhandelingen waarbij het hogere bedrag werd afgesproken en er was geen bewijs dat hij op de hoogte was van de werkelijke koopprijs of dat de akte vals was opgemaakt.
Ook het verwijt van witwassen werd verworpen omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het pand afkomstig was uit een misdrijf. De rechtbank vond dat de feitelijke eigendom en het beheer van het pand niet wezen op een schijnconstructie om de werkelijke eigenaar te verhullen.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de overschrijding van de redelijke termijn het openbaar ministerie ontvankelijk bleef en dat de verdediging geen gronden had voor niet-ontvankelijkheid. Uiteindelijk sprak de rechtbank verdachte vrij van alle beschuldigingen wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen en valsheid in geschrifte wegens gebrek aan bewijs.