ECLI:NL:RBLIM:2020:1919
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak witwassen pand en geldbedrag wegens ontbreken opzet en betrokkenheid
De rechtbank Limburg behandelde een strafzaak waarin verdachte werd verdacht van witwassen van een pand te Landgraaf en een bedrag van 2.269 euro. De zaak kende een lange procedurele geschiedenis, waarbij het openbaar ministerie aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar dit werd door het gerechtshof vernietigd en terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.
De verdediging voerde niet-ontvankelijkheid aan wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn, maar de rechtbank oordeelde dat overschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid leidt en dat de strafvermindering de juiste sanctie is. De zaak werd inhoudelijk behandeld met meerdere zittingen.
De rechtbank concludeerde dat verdachte slechts bemiddelde bij de hypothecaire lening voor de aankoop van het pand en niet betrokken was bij de ABC-constructie waarbij het pand via een schijntransactie werd doorverkocht. Er was geen bewijs dat verdachte op de hoogte was van de constructie of daar voordeel uit had. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde witwassen.
De uitspraak werd gewezen door een meervoudige kamer en uitgesproken op 9 maart 2020 in Roermond.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens ontbreken van bewijs voor opzet en betrokkenheid.